De dubieusheid van het sumi.

De dubieusheid van het sumi.Misschien is het interessant om nog eens een vervlogen nieuwsitem uit de kast te halen, namelijk de problematiek van het sumi.

Bovendien wil ik toch nog eens een koi laten zien, waarvan ik het filmpje nu pas heb kunnen ontvangen van een koi die zaterdag naar huis is gegaan, ik vind het de moeite om dit filmpje te laten zien, maar eerst wat over het sumi, ons zo leerrijk verteld door de goeroe van de karpers, Rini Groothuis.

Sumi (zwart) op sanke, showa en shiro utsuri is een verraderlijke kleurstelling. Vooral in de eerste jaren gaat de kracht van sumi op en neer. Het verschijnt aan de huidoppervlakte in al zijn intensiteit en verzwakt en verdwijnt dan weer in de dieper liggende huidlagen, als een vage, blauwachtige grijze waas.

Het is een uiterst dynamische kleurstelling. Neem daarbij het feit dat sanke aan de basis witte vissen zijn en showa en shiro utsuri een zwarte vis, dan is een compositie over de ontwikkeling van sumi op een koi een gewaagde onderneming.

Sumi ontwikkelt zich “in tegenstelling tot de rode tekening van de kohaku” van de staart van de koi in de richting van de kop. Dus van achteren naar voren.

De achterste sumiplaat is dus meestal eerder ontwikkeld ten opzichte van de sumiplaten die zich meer richting de kop ontwikkelen. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat het meeste sumi van een sanke zich op het achterste gedeelte van de vis ontwikkelt. Net zoals bij de kohaku de concentratie van het hi zich meestal vooraan, vanaf de kop, bevindt.

De beoordeling van de kwaliteit van de sumi vindt dan ook gewoonlijk plaats aan de hand van het sumi op de schouder of de kieuwplaat van de vis. Die is immers het traagst in de ontwikkeling, komt wat later tot “finishen” en is daarom een goede indicator van de algehele sumikwaliteit. Deze ontwikkeling is overigens geen dogmatisch gegeven “zoals altijd zijn er uitzonderingen“ maar het is wel een aanvaardbare vuistregel.

Pigmentatie
Verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het sumi zijn de melanoforen. Dit zijn cellen met biologische, zwarte pigmentkorrels, die in alle drie de huidlagen van de koi aanwezig kunnen zijn. Ze maken het organische pigment melanine aan, dat het zwart in de huid en op de schubben creëert.

Er is iets speciaal met die zwarte creatie. Daar waar een rode pigmentatie zich versterkt door stoffen als caroteen en astaxanthine, die we via kleurvoer aan de koi kunnen toedienen, daar is de mate en het tempo van de ontwikkeling van het zwart een kwestie van de aanwezigheid van mineralen in het water en de watertemperatuur.

Hoe harder en kouder het water, hoe sneller en krachtiger het onderliggende sumi zich presenteert. Voor koishows zetten kwekers showa vaak enkele weken in water met een hoge GH, zodat het sumi zich optimaal ontwikkelt en keihard wordt. Zwart kan dus niet gestimuleerd worden door koivoer.

Die verandering van het sumi vindt plaats doordat de distributie van de pigmentkorrels in de melanoforen wordt herschikt. Dit proces geschiedt onder invloed van de temperatuur en de opname van mineralen. De zwarte pigmencellen verschijnen en verdwijnen als de melanine pigmentkorrels zich uitspreiden of terugtrekken vanuit of naar het centrum van de melanoforen.

Op zich is dat niet zo raar. Veel koudbloedige dieren, zoals kameleons en inktvissen, zijn onder invloed van licht of stress in staat via de aanmaak van hormonen snel van kleur te veranderen. Ze camoufleren zich tegen opduikend gevaar of juist andersom, voor het leggen van een hinderlaag.

Zo is bekend dat de samenklontering en ontwikkeling van pigment behoorlijk verstoord kan worden door de giffen die we als medicamenten voor de bestrijding van parasieten en bacteriën aan het vijverwater toevoegen!

Kwaliteitskenmerken
De kwaliteit van sumi is zichtbaar en herkenbaar. Hoe meer melanoforen zich in de huidlaag bevinden en hoe meer huidlagen deze concentratie van melanoforen bevatten, des te sterker en prominenter het sumi.

Deze structuur is het gevolg van erfelijkheidsfactoren. Hoe sterker deze structuur, des te minder de ontwikkeling van sumi afhangt van een surplus aan mineralen in het water. Het is al aanwezig in al zijn kracht. Bij tosai met een hoge sumikwaliteit is het toekomstige patroon derhalve wat gemakkelijker te voorspellen. Toch kan het jaren duren voordat het zwarte patroon stabiel is.

Sumi presenteert zich in een variatie aan vormen. Bijvoorbeeld als kleine stipjes die in een later leeftijdsstadium als een inkvlek uitdijen. Het geeft de koi een verfijnde elegantie, zeker als de sumiplaten van een lakzwarte kwaliteit zijn en sterk contrasteren met een witte basiskleur.

Of als schaduwachtig sumi “ kage sumi genoemd“ waarvan de intensiteit toeneemt naarmate de koi ouder wordt. Of als blauw getint indigo sumi, dat stabieler is dan de andere sumitypen. Sumi op een witte ondergrond (tsubo sumi) is eveneens stabieler dan sumi op rood (kasane sumi).

Sumi dat niet egaal dik en homogeen is en de sumiplaat een warrig uiterlijk geeft, noemen we Boke sumi. Het is inferieur in kwaliteit. De beste indicatie van stabiel sumi vinden we terug op de kieuwplaten van de koi, als zich daar een krachtig zwarte sumiplaat bevindt.

Sumi manifesteert zich vaak eveneens op de (borst)vinnen. Als streepjes (tejima) bij sanke en als een vlek uit de vinwortel (motoguro) bij de showa en shiro utsuri. Het hoeft niet , de vinnen kunnen ook wit blijven maar het geeft de koi een elegantere uitstraling.

Het motoguro is in de eerste jaren haast net zo dynamisch als het sumi op de huid: het dijt uit, trekt zich terug en stabiliseert zich naarmate de vis zal gaan finishen.

Van showa en shiro utsuri wordt verwacht dat zich een interessant koppatroon van sumi ontwikkelt (menware). Geliefd is de zogenaamde zigzaggende bliksemschicht op de kop. Bij sanke mag zich volgens jurynormen geen sumi op de kop ontwikkelen. Vaak de grootste meerwaarde ligt in de aanwezigheid van een opvallende, grote sumiplaat op een van de schouders.

Totdaar de omschrijving over het sumi, dan toch nog even terug naar de showa, of moet ik zeggen, de shiro utsuri die zaterdag is vertrokken.

Waarom zeg ik showa en niet Shiro Utsuri ? Heel eenvoudig, Momotaro is geen traditionele shiro utsuri kweker, maar heeft wel regelmatig showa waar zich geen hi of heel weinig hi in het patroon bevinden. Laat ons zeggen dat het nog geen doorgekweekte shiro utsuri zijn zoals bij Omosako.

Als er toch een beetje hi aanwezig is, dan wordt dit verwijderd. Dikwijls zie je ook bij de shiro van de befaamde shiro kwekers dat er later hi te voorschijn komt, wat bijzonder ongewenst is.

Ik heb een filmpje gemaakt met de informatie die mij is toegezonden door Johan, en die eigenlijk alles zegt wat er moet gezegd worden.

Ik wil er dan niet teveel woorden meer aan verspillen, maar bekijk het filmpje zelf.. Nu weet ik uit ervaring dat het sumi bij mijn koi dikwijls binnen beter ontwikkelt dan buiten, en waarom het zo belangrijk is om klei toe te voegen, die de gewenste mineralen toevoegt aan het water.

Persoonlijk doe ik niet éénmaal per week klei toevoegen, maar dagelijks een kleinere hoeveelheid. Waarom ? Omdat ik denk dat het beter om dagelijks minder veranderingen in het water te realiseren dan per week een grote verandering waar de koi mogelijk niet van houden.

Dit is niet gebaseerd op kennis of zo, maar gewoon simpele psychologie…

Geef nu niet altijd de schuld aan de koi of aan de kweker voor het ontwikkeling van het sumi, maar probeer voor jezelf uit te vinden waartoe jou vijver in staat is. Om het met de woorden van Polleke te zeggen: Leer je vijver lezen

De foto die ik toegevoegd heb is een foto met de ontwikkeling van het sumi van Lion Queen...




Reacties