Grote koi spreken tot de verbeelding.

Grote koi spreken tot de verbeelding.Het zijn stille dagen momenteel, de sneeuw eist zijn tol en de zaterdagen zijn rustig. Toch kwamen de "die hards" een bezoekje brengen met een lekkere cake van de vrouw van Rudy als klap op de vuurpijl.

Het is de eerste keer dat ik geen enkele koi heb gebowld. Laat ze maar rustig zwemmen en hun winterse tijd nuttig gebruiken. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een artikel van vroeger nog eens te vertellen, want als er één ding als een paal boven water staat, is het een feit dat alles in de koiwereld wederkerend is. Hiermee wil ik zeggen dat er om de zoveel jaar nieuwe mensen met dezelfde wensen zijn. Dit verhaal is nu éénmaal mooi geschreven en de moeite om terug opnieuw te lezen, het is en blijft een boeiende schrijfstijl.

Het is ieders droom zijn koi uit te laten groeien tot een vis van uitmuntende kwaliteit en likkebaardend formaat. En dan close de evolutie ervan te volgen.Menig koihobbyist koopt hoge kwaliteit tosai en nisai, niet zozeer als potentiële grand champions in zakformaat, maar veel meer in de hoop de koi te kunnen begeleiden tot een oogstrelend exemplaar van een omvang die doet watertanden. Want big blijft beautiful als het om koi gaat. Een koi naar 80 cm uit laten groeien? Een illusie? Een fata morgana?

Groei
Laat ik dit voorop stellen: in het dogma, dat alleen de Japanse kwekers in staat zijn de koi in hun mudponds tot illustere proporties te laten uitgroeien, geloof ik niet. Dat mag ook niet, want anders begin je sowieso aan een mission impossible. Ik geloof er heilig in dat we dat zelf ook kunnen.

Aan de andere kant, en dat is een beetje het spagaat waarin we staan: het is zeker geen sinecure om een situatie te creëren waarin onze koi zich qua formaat optimaal kunnen ontwikkelen. Wat dan wel? Nou, we kunnen in ieder geval wel wat impulsen opwekken en onze koi een beetje die richting in stuwen. Met de realistische gedachte in het achterhoofd, dat niet alles binnen handbereik ligt.

Koi kan tot zijn 16e jaar groeien. Daarna stopt de groei. We praten dan over lengtegroei.Dat een koi op latere leeftijd zwaarder wordt en in volume toeneemt, heeft verder niets met groei te maken. Van alle mannen die na hun vijftigste een buikje krijgen, zeg je ook niet van, jonge, jonge, wat is die man gegroeid zeg. Lengtegroei dus.

Aan de hand van de zomer- en winterringen op de schubben kunnen mensen, die er verstand van hebben, bepalen hoe die groei is verlopen. Er bestaan geen schubben die meer dan 15 groeiringen hebben. Een koi van 20 jaar heeft dus ook maar maximaal 15 groeiringen.Schubaflezingen zijn niet altijd betrouwbaar; het lezen van gepolijste dwarsdoorsneden van de rugvinstekel of van de gehoorbeentjes biedt meer zekerheid.

Van de koikweek in Japan weten we dat koi uit het zuiden harder groeien dan hun zusjes uit Niigata. Nisai en Sansai uit de zuidelijke regionen zijn vaak meer dan een decimeter langer.

Dat wil overigens niet zeggen dat aan het einde van de rit, als de vis is uitgegroeid, die lengteverschillen per definitie bevestigd worden. Er is een verschil tussen hard groeien enerzijds en de maximale lengte die de vis in zich heeft, anderzijds. De ene vis doet er tien jaar over en de andere vijftien jaar. De groeisnelheden verschillen van elkaar. Zoals ook de jarentermijn waarin groei plaatsvindt, van elkaar verschilt. Soms stopt een koi met groeien op zijn achtste jaar, terwijl een andere koi de volle vijftien jaar doorgroeit. De ene koi wordt uiteindelijk een meter lang, de andere haalt net geen 75 cm.

Toch is het alleszins acceptabel te veronderstellen, dat zuidelijke koi gemiddeld een hogere groeilimiet hebben dan hun soortgenoten in Niigata. Dat heeft met bloedlijnen te maken, met de manier van kweken, met selecteren en ook met het klimaat.

Voordeel van snelle groeiers is in de koiscene natuurlijk dat de jumbo koi relatief vrij jong zijn en een jeugdige allure over zich hebben, wat goed is voor het showcircuit. Oudere vissen verliezen toch wat van hun glans, hun aanvankelijke strakke bouw en de compactheid van hun patroon, hoewel dit ook geen wet van Meden en Perzen is.

Vrouwtjes plegen door de bank genomen groter te worden dan mannetjes, vandaar dat deze veel gewilder en dus ook veel duurder zijn. Bovendien worden vrouwtjes veel breder en dat geeft van bovenaf gezien, wat ik dan maar noem, het door mij zo geliefde Moby Dick-effect.

Wanneer vrouwtjes paairijp zijn geworden en eitjes bij zich dragen, eten ze veel meer dan mannetjes, teneinde de eitjes tot ontwikkeling te laten komen. Na het paaien eten vrouwtjes zelfs zeer gulzig opdat ze weer in conditie komen en zich kunnen voorbereiden op een nieuwe eierendracht. Deze cycli kennen mannetjes niet, daarom is hun honger minder groot. Dat is de reden waarom vrouwtjes gemiddeld groter en dikker worden dan mannetjes. Ze eten gewoon meer!

Bepalend voor de groei op langere termijn, is het eerste jaar.
Als er bij tosai sprake is van groeibelemmerende factoren, om wat voor reden dan ook, dan kan deze groeiachterstand nooit meer ongedaan worden gemaakt. Het is dus cruciaal voor het uiteindelijke resultaat om in het eerste jaar een ideaal groeiklimaat te scheppen voor deze jonge visjes.

Zonder al te uitputtend in de materie te willen gaan, is er een viertal aspecten die werkelijk grensbepalend zijn als we over groei en maximaal haalbaar formaat spreken: bloedlijnen, leefomgeving, warmte en voer.

Bloedlijnen
De genetische eigenschappen bepalen hoe groot een koi kan worden. Het zit in zijn genen, is een vaak gehoorde opmerking, maar zo is het ook. Twee kleine Japannertjes maken geen grote Zweed, vertelde een kweker me eens ooit en dat is eveneens een waarheid als een koe.

De bloedlijnen zijn de trots van elke kweker. Die bepalen de typische karakteristiek van de koi die hij kweekt en verkoopt. Die bepalen ook zijn imago als kweker.

Bepaalde variëteiten staan erom bekend dat ze hard groeien en heel groot worden. Denk maar aan Ogon, Chagoi, Soragoi en Ochiba Shigure, variëteiten die dicht bij de oorspronkelijke Magoi staan. Gin Rin en Doitsu variëteiten kennen een veel lager maximum. Die worden niet zo groot.

Laten we ons beperken tot de Go-Sanke, want dat is toch waar Interkoi primair voor gaat. Zo staat de Sensuke bloedlijn, de meest gebruikte bloedlijn bij het kweken van koi, bekend om zijn uitbundige groeicapaciteiten, terwijl bijvoorbeeld de Dainichi bloedlijn populair is vanwege de lange termijn van de groei, tot wel het 15e jaar aan toe.

Clarissa is van de Takeda bloedlijn en heeft van origine Sensuke bloed in haar aderen stromen. De Takeda bloedlijn is immens populair onder de Japanse kwekers. Veel succesvolle farms kweken met oyagoi die afstammen van de Takeda bloedlijn, die bekend staat om zijn enorme groeikracht en het fluwelen hi.

Individuele kwekers mixen vaak oyagoi van verschillende origine met elkaar in hun streven verfijningen in de karakteristieken van hun kweekvis aan te brengen. Zo staat de Matsunosuke bloedlijn erom bekend magoi in het oyagoi-paar te hebben gekruist, teneinde zo tot groter groeiende nakomelingen te komen..

Farms zoals Sakai FF en Momotaro KF bezitten vele oyagoi, waarvan de vrouwtjes steevast dik over de 90 cm. gaan. Ze geven de specifieke groeigenen door aan een nakomelingenschap, dat na strenge selecties in het zesde jaar tot absolute jumbo koi kan uitgroeien. Dat is in zoverre bijzonder, aangezien van nature slechts een bescheiden percentage groter dan 80 cm. pleegt te groeien en veel koi na hun tiende jaar zelfs nauwelijks meer groei kennen. Sakai en Momotaro staan bekend om hun groot groeiende koi en een van de impulsen is terug te vinden in het formaat van de oyagoi die ze inzetten.

Het is dus zaak, als u koi in uw vijver tot ruim 80 cm. wilt laten uitgroeien, dat u vissen van een bloedlijn koopt die deze groeicapaciteit ook bezitten. Enige kennis van de bloedlijnen en de kwekers die deze bloedlijnen voor hun kweek hanteren, is dan ook zeker wenselijk. Dat u zich verder moet focussen op vrouwtjes, dat wist u al, en dat u beter uit bent met vissen uit het zuiden, dat mag u ook meenemen.


Deel 2 volgt één van de volgende weken

Reacties