Koi zijn luiwammesachtige vissen.

Koi zijn luiwammesachtige vissen. Het zijn van huis uit vrij trage en betrekkelijk passieve dieren. Ze zwerven een beetje in slowmotion rond in onze vijvers, zoeken op hun gemak hier en daar naar voedsel of hangen lui aan het wateroppervlak, hun ruggen koesterend in de zon.

Wittig vlees
Van koi worden geen topprestaties verlangd, geen explosieve krachtsinspanningen en geen felle korte sprints. Dat bewijst de spiermassa die ze hebben. Dat varieert van wit tot roze vlees. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de wilde zalm, die rood vlees heeft en die bij tijd en wijle forse lichamelijke prestaties moet leveren. Hier wijkt de wilde zalm al af van zijn in de aquacultuur gekweekte soortgenoot, die overwegend oranjeachtig vlees heeft.

Bij vissen met rood spierweefsel is zuurstofopname via de capillaire bloedvaten beter mogelijk, het bloed bevat meer rode bloedlichaampjes en hemoglobine. De spieren bevatten minder water. Er is méér dan alleen een kleurverschil in rood en wit/roze spierweefsel. Rood spierweefsel is op energie en op prestatie gericht, zoals bij de zalm, en wit/roze spierweefsel vooral op gewichtstoename. Dit is interessant om te weten, omdat het direct te maken heeft met de eisen die we aan ons koivoer stellen. Er is veel documentatie daarover.

Proteïnebehoefte
Zonder nu meteen uitgebreid in te gaan op de vereiste voedingswaarde van koivoer en de netto eiwitbenutting, is het goed om het volgende te weten: zo ongeveer alle geleerden zijn het er over eens dat de proteïnebehoefte van volwassen koi zo tussen de 36 en 40% ligt. De proteïnebehoefte van tosai loopt op tot zo’n 50%.

Goede proteïne (eiwitten) is opgebouwd uit ketens voor koi essentiële aminozuren. Dat zijn de bouwstenen van het lichaam. Omdat koi geen topprestaties leveren, komen deze volledig voor herstel van wonden en voor de groei van de koi in aanmerking. Van extra belang is, dat het voer vooral vers moet zijn. En dat met name in het groeiseizoen het voer het verlangde, hoge eiwitgehalte moet bevatten.

Proteïne met het voor koi beste aminozurenprofiel komt altijd uit de aqua-omgeving. Het is niet voor niets dat Luc en ik nadrukkelijk gekozen hebben voor de Probites en Frostbites van Nedkoi, want dit voer beantwoordt volledig aan de behoefte van de koi en meer dan dat. Dat valt ook zonder meer af te zien aan de fenomenale evolutie van onze eigen koi.

Darmkanaal
Nadat de koi zijn pellets opslurpt, vermaalt hij deze met zijn keeltanden. Je ziet ze na een hap te hebben genomen, vaak stilliggen en kauwen, waarbij de kieuwdeksels heftig op en neer gaan. Vermalen voedsel kan zo beter door de darmsappen (enzymen) verteerd worden.

Koi hebben namelijk geen maag. Volwassen koi bezitten een darmkanaal dat ruim drie keer zo lang is als hun lichaamslengte. Van tosai daarentegen is het darmkanaal niet zo lang: één keer de lichaamslengte. Het voedsel wordt via peristaltische bewegingen verder getransporteerd, tot uiteindelijk de anus de feces uitscheidt.

Er is dus een belangrijk verschil in het verteringsproces tussen volwassen koi en jonge koi: vertering van voedsel door volwassen koi neemt veel meer tijd in beslag door de drievoudig langere lengte van het darmkanaal.
Deze wetenschap bepaalt mede hoe we onze koi moeten voeren. Dat is iets anders dan het advies “voer uw koi zoveel wat ze in tien minuten op kunnen”, zoals je in menige verhandeling over koi aantreft!

Wanneer koi overmatig in één keer eet, is de kans groot dat hij een groot deel van het gegeten voedsel nauwelijks verteerd weer uitscheidt. We zien dan vaak slierten feces op het wateroppervlak drijven.

Poikilotherm
Het metabolisme van de koi is temperatuursafhankelijk. Koi is, zoals we weten, een koudbloedig dier, dat de temperatuur van zijn omgeving aanneemt (poikilotherm). In het darmkanaal is de temperatuur een ± twee graden hoger.

In koud water gaat het verteringsproces weliswaar gewoon door, maar het vertraagt enorm.
Afhankelijk van de verteerbaarheid van het voedsel duurt het gemiddeld een uur of acht bij watertemperaturen hoger dan 18 graden, voordat het voedsel het traject in het darmkanaal heeft afgelegd en verteerd is. In koud water van 10 graden en minder duurt dat proces het dubbele tot het drievoudige in tijd.

Waarom nu al deze biowetenschap? Welnu, dit alles heeft direct te maken met de hoeveelheid voer die we onze koi het jaar door toedienen, de samenstelling ervan per seizoen en het aantal keren waarop we het dagelijks of per week presenteren. Met als doel een optimale groei te realiseren.

Daisuke
Je kunt hele ingewikkelde schema’s opstellen als het gaat om voeren, maar we hebben heel simpel Daisuke Maeda van Momotaro Koi Farm gevraagd hoe zij dat nou doen. Dat is toch immers de farm die de meeste groei in zijn vissen stopt, met andere woorden: wie weet het beter dan deze masters themselves.

Voor tosai voert Momentaro Koifarm ongeveer 3% van het lichaamsgewicht. Soms iets meer, soms iets minder. Ze voeren drie keer per dag tijdens het groeiseizoen. Wat zal een tosai wegen? Enkele onzen? Dat is dus zo’n 10 gram per dag per visje.

De jumbo koi, de grote exemplaren dus, krijgen ongeveer 1% dagelijks van het lichaamsgewichtgevoerd. Weegt zo’n vis 10 kilo, dan is dat 100 gram per dag per vis. Daisuke voert deze volwassen koi tweemaal per dag tijdens het groeiseizoen en bij watertemperaturen vanaf 20 graden.

Hij zegt dat het belangrijk is te observeren hoe de vissen eten. Tosai zijn heel gulzig en eten heel snel, maar de volwassen koi nemen de tijd voor hun diner. Soms duurt het een paar uur voordat alle voer gegeten is. Bovendien, zegt hij, duurt het lang voordat het voer verteerd is, (dit heeft dus enerzijds te maken met het lange darmkanaal en anderzijds omdat eiwitrijk voer moeilijker verteert) , reden waarom ze de volwassen vissen slechts s’morgens en in de namiddag voeren.

Leidraad
Dat gegeven is wel frappant en geeft te denken. Als ik thuis ben, voer ik mijn koi s’ zomers de gehele dag door. Steeds kleine hoeveelheden, dat wel, maar toch zeker elk uur een handje vol. Waarom? Nou, ik vind het leuk om die hongerige, wijd open gesperde bekken, die bedelen om enkele pellets, te vullen. Voor menig koiliefhebber zijn de momenten van voeren de krenten in de koipap.

Bovendien vind ik dat veel maar weinig voeren een wat meer evenwichtige ammoniakuitstoot teweeg brengt, wat goed is voor de oxidatie door de nitrificerende bacteriën en de waterkwaliteit. Daar komt nog iets bij: mijn vissen eten s’ morgens niet of nauwelijks. Die komen pas laat op gang (net als ik trouwens).

Wat zeker meetelt, is, dat onze vijvers volop zijn blootgesteld aan ons zeeklimaat en dat beïnvloedt in hoge mate de honger van de koi. Luchtdrukwijzigingen, temperatuursverschillen, neerslag enz. bepalen de gesteldheid van de koi én dus zijn honger. Het lukt de ene dag vlotjes om 1% te voeren, maar een dag erna, bij een weersomslag, eten de vissen nog niet de helft om de dag erop op hun gemak 1,5% op te slokken.

Het is goed het voerprogramma van Momentaro als leidraad te nemen, maar met een eigen invulling en naar onze eigen typische omstandigheden. Dit alles geeft overigens wel aan, dat het moeilijk is grote jumbo koi samen met gulzige tosai in één vijver te houden en beide generaties optimaal te voeren.

Groeiseizoen
Het groeiseizoen voor koi loopt vanaf mei tot oktober. Dan zetten deze vissen het meest efficiënt voedsel om in vlees. De hiervoor ideale watertemperatuur varieert van 19 tot 23 graden Celsius. Niet veel hoger dus, want dan slaat de activiteit van koi om in een soort van hyperactiviteit.

Voor zijn soort is de vis dan veel te actief, waardoor hij alle voedingsstoffen aanwendt aan de verbruikte energie en activiteit. Soms worden koi daardoor zelfs magerder, ondanks de hoeveelheid voedsel die hij dagelijks consumeert. Nog hogere temperaturen, zo vanaf 25 graden, doen de koi verzanden in lamlendigheid. Ze zijn overdag nauwelijks vooruit te branden en eten weinig.

19 Tot 23 graden dus de ideale temperatuur om groei te verwezenlijken. De vrouwtjes eten het meeste, want ze moeten compenseren voor de ontwikkeling van de eitjes in het voorjaar. Volgens George Lemmens, Belgisch koikweker bij uitstek, hebben die eitjes vanaf 1 januari zo’n 1000 tot 1200 graden/dagen nodig om te ontwikkelen.
Voor uw interesse: na bevruchting hebben eitjes nog eens zo’n 100 graden/dagen nodig om zich tot larfjes te ontwikkelen. Bij een watertemperatuur van 20 graden betekent dit, dat de eitjes na vijf dagen uitkomen.

Temperatuur is dus de keyfactor in de groei van koi. Wie in dit verband een verwarmde vijver heeft, is gezegend. U hebt volledige controle en dat is goud waard. U kunt namelijk de groei van uw vissen maximaliseren door in de maanden mei tot oktober de watertemperatuur op 22 graden te houden. Jazeker, in de maanden mei tot oktober verwarmen! Dat levert meer lengtegroei op dan dat u bijvoorbeeld in de winter het water warm houdt.

Winterontwikkeling
Veel koi groeien s’ winters niet of nauwelijks in de lengte, ondanks het warme water waarin ze vertoeven. Dat heeft alles te maken met de natuurlijke cyclus. Die kan niemand dwarsbomen. In zijn algemeenheid ziet het rijtje er als volgt uit bij verwarmd water in de winterperiode:

1) mannetjeskoi: enige groei is mogelijk. Mannetjes worden niet gehinderd door eierenontwikkeling. Ze eten wel minder dan vrouwtjes, maar zetten eiwitrijk voedsel om in vlees en in lengte.

2) paairijpe vrouwtjes: lengtegroei is zeer gelimiteerd of zelfs compleet afwezig. Het voedsel wordt grotendeels gebruikt voor de ontwikkeling van de eitjes. De vissen dijen wel uit in de breedte.

3) Niet paairijpe mannetjes en vrouwtjes: forse groei is mogelijk.

Het verwarmen van uw vijver in de winterperiode heeft daarnaast een bijzonder en niet te veronachtzamen voordeel. U kunt uw vissen doorvoeren, waarmee u tenminste onderhoud verzorgt aan de koi. Ze hoeven daardoor niets in te leveren van de lichaamstoename die ze in de zomerperiode hebben gerealiseerd. Ze gaan dus stevig het voorjaar in. Wat ze vervolgens eten in het groeiseizoen en omzetten in vlees, komt er weer bovenop.

In onverwarmde vijvers moet die afgevallen en in sommige gevallen sterk vermagerde koi eerst maar weer eens hun winterse lichaamsverlies compenseren en dat is een serieuze handicap als het gaat om een optimale groei te verwezenlijken. Het is daarom alleen al goed om s’ winters, zolang de temperatuur niet onder 8 graden zakt, uw koi regelmatig licht te voeren met makkelijk verteerbaar, zinkend wintervoer.

Keyfactors
Het kunnen verwarmen van de vijver, het tot op de graad kunnen regelen van de watertemperatuur, zomer en winter, is een geschenk. Maar ondanks de prijs van verwarming blijft het aan te bevelen om s’ winters de watertemperatuur een paar maanden laag te houden (12/13 graden) teneinde deze vervolgens in het voorjaar snel naar 16 graden (opkrikken van het immuunsysteem) te verhogen…

Dat past in de natuurlijke cyclus en is ook goed voor de “levensduur” van de koi. Zijn rikketik is maar goed voor een X-aantal slagen en als die in de winter volop doortikt, raakt de vis snel verouderd en wordt zijn leven zo ongeveer gehalveerd.

Vanaf mei, als het groeiseizoen begint, kan de temperatuur verder naar 20/22 graden verhoogd worden. Optimale groei is dan een vanzelfsprekendheid, des te meer als er vers, eiwitrijk voer uit aquatische omgeving op de menukaart staat. In oktober kan de temperatuur dan weer omlaag naar 16 graden. Het immuunsysteem blijft dan volop actief.

Mag de watertemperatuur dan de keyfactor zijn in de groei van koi, zuurstof is een goede tweede. Om een optimale groei in koi te realiseren moet uw vijverwater zeker in het groeiseizoen met zuurstof verzadigd zijn. Dat is moeilijker dan het lijkt…..

Reacties