Sashi, een wederkerend verhaal.

Sashi, een wederkerend verhaal.Nieuwe tijden brengen nieuwe klanten en hetgeen reeds meermaals is gezegd herhaalt zich toch, en waarom ook niet.

Er is me gevraagd om een artikel te schrijven over sashi, wat uiteindelijk geen kwaad kan, want in principe is alles een herhaling van wat al eens gezegd is geweest.

Een koi bezit in principe drie huidlagen. Bij koi van goede kwaliteit komt pigmentatie in alle drie de huidlagen voor, maar de concentratie daarvan is vooral in de opper- en middelhuid terug te vinden. Hoe meer pigmentatie hier, hoe nadrukkelijker de kleurstelling zichtbaar wordt.

Het draait allemaal om de zogenaamde chromatoforen (cellen) die pigmentkorrels bevatten. De bloedlijn en met name de genen van de ouderdieren en grootouderdieren bepalen hoe die pigmentcellen/korrels zich ontwikkelen tijdens de groei van de koi.

Ze kunnen zowel in aantal toenemen als afnemen. Het mag duidelijk zijn dat hoe meer pigmentcellen c.q. pigmentkorrels en hoe dieper die in de huidlagen voorkomen, des te intenser en stabieler de rode kleuring tijdens de groei wordt.

Deze ontwikkeling op basis van de genen bepaalt ook het type rood, variërend van hel Ferrari-rood tot meer gematigd oranje/rood. Die ontwikkeling moet plaatsvinden tijdens de groei van de koi. Als een tosai al een dieprode kleur heeft, komt dat door de pigmentatie in de opperhuid en niet in de middelhuid.

Het rood in de opperhuid is veel onstabieler, vandaar dat dieprode platen in tosai vaak in de groei breken, in tegenstelling tot de oranje/rode pigmentatie bij tosai dat veel flexibeler blijkt te zijn. Dit is één van de redenen waarom het beni van de tosai niet te afgewerkt of te rood mag zijn. Dit kan zich wreken op latere leeftijd of tijdens de groei.

Bij sashi aan de voorzijde van een kleurplaat “de rand oogt wazig rood/paars“ zien we een rand die vooral ondersteund wordt door de pigmentatie in de middelhuid. We zien in feite een uitloper van de rode plaat die verankerd ligt in de middelhuid.

Hier is er echter geen rode pigmentatie in de opperhuid aanwezig, maar de schubben zijn wittig transparant. Je kijkt er door heen, net als bij de nagel van een vinger. Die nagel is wittig transparant, maar oogt roze door het vlees dat eronder ligt.

Sashi is dus een verschijnsel waarbij de bovenliggende witte schubben nog een bepaalde transparantie hebben, waardoor we als het ware door een transparante film de rode schaduwachtige rand van de pigmentatie in de middelhuid zien liggen.

Het sashi verdwijnt zichtbaar zodra de witte beschubbing groter en dikker wordt naarmate de koi ouder wordt en groeit. De rand (shashi) wordt steeds waziger en verdwijnt uit het zicht. De rand oogt vervolgens steeds scherper en krijgt het karakter van kiwa zoals die aan de achterkant van de kleurentekening te zien is. De koi is dan aan het "finishen".

De groei van de koi heeft daar ook mee te maken. Een koi groeit naar voren, terwijl de schubben naar achteren groeien. Zo legt de witte beschubbing een groter en dikker plaveisel op de randpigmentatie van de kleurenplaat, die in veel gevallen voor het oog helemaal verdwijnt.

De koi heeft dan geen sashi meer. Althans niet zichtbaar. Sashi behoeft niet op elke kohaku voor te komen. De meest beroemde bloedlijn in Japan, de Sensuke, kenmerkt zich door het ontbreken van sashi omdat de opperhuid zo snel groeit.

Er woedt al jaren een discussie over de breedte van de sashi-rand. Eén schub zou een kwaliteitskenmerk zijn en twee of drie schubbenbrede sashi-randen zou duiden op mindere kwaliteit.

Dat is nog te betwijfelen. Veel belangrijker is dat de sashi-rand aan de voorkant van de kleurplaat effen is. Dat duidt op homogeniteit. Dus overal één schub breed. Of twee schubben breed en dus niet variërend van helemaal niets tot drie schubben breed. Strikt genomen zegt het begrip sashi ook het een en ander over de witte beschubbing “die nog niet volgroeid en dik genoeg is “ en dus niet uitsluitend over de pigmentering van de kleurplaat zelf.

Het feit dat kleurplaten (kunnen) breken in een kohaku heeft deels met het bovenste te maken en deels met het feit dat de breuk veroorzaakt wordt doordat de pigmentatie hier van oorsprong al minder geconcentreerd was, met name in de opperhuid. Hier neemt de witte beschubbing het dan over door het verlies van pigmentconcentratie in de opperhuid.

Ik hoop dat het zo weer wat duidelijker is voor de nieuwe lezers…
copyright Rini Groothuis




Reacties