Voor herhaling vatbaar.

Voor herhaling vatbaar.Iedereen is op zoek naar jumbo, en dikwijls krijg ik het bezoek van mensen die pas beginnen en kleine koi willen importeren om jumbo zelf te kweken.

Ik kan ze makkelijk op verkeerd spoor zetten en ze kleine koi verkopen waar in verhouding veel meer aan te verdienen valt, maar hier doe ik liever niet aan mee. ik probeer ze uit te leggen dat dit quasi onmogelijk is, tenzij je over veel geluk beschikt, vergelijk het met de lotto winnen, en dan nog…

Denk even na, en hoe kan je nu 2-300 jaar ervaring, kennis en uitmuntende infrastuctuur eventjes proberen te evenaren in onze zompige landjes, en over het algemeen zonder ook maar de minste kennis....

Al vlug worden we overweldigd als we filmpjes zien van bijvoorbeeld de karashigoi van Konishi of de filmpjes van de jumbo oyakoi zoals ik ze verleden week heb laten zien. Meestal gaat het dan ook over de éénkleurige koi. De vraag waarom we zo vertederd worden door grootte is een onbeantwoorde vraag. Het rare van het hele verhaal is ook dat als je bijvoorbeeld aan kinderen vraagt welke koi ze graag zien, ze altijd naar de kleinere koi zullen verwijzen of hierachter vragen.

Toch is het mooi om dit geschreven stuk van Rini te herhalen, waar bepaalde waarheden goed in verwerkt zijn en die nog altijd van grote waarde zijn. Het blijft interessante informatie die stilaan weer voor herhaling vatbaar is. Lees het stuk aandachtig en leer….

Groei en tot welk ultiem formaat een koi kan doorgroeien, zijn eigenschappen die vastliggen in de genen van de koi in kwestie. Die erfelijkheidseigenschappen zijn doorgegeven door beide oyagoi, zowel de moeder als de vader. Ook vinden we in koi erfelijkheidseigenschappen terug van oma en opa en hun ouders, al verandert de dominantie en de kracht van bepaalde genen telkens met elke generatie. Welke eigenschappen overheersen en in welke mate, hangt af van de vraag welke genen dominant zijn en dat komt dan weer tot uiting in de diverse bloedlijnen.

Groeipotentie
Het is ongelofelijk om te zien hoe enorm de verscheidenheid in grootte is in jongbroed. Visjes van een paar weken oud, waarvan sommige al dubbel zo groot zijn als hun achtergebleven broertjes en zusjes. Het is dus absoluut niet zo dat al die visjes dezelfde dominante genen bezitten, ook al hebben ze dezelfde oyagoi als ouders.

Kwekers selecteren primair op kwaliteit, dan pas op groeipotentie, dus niet alle grote groeiers overleven die eerste selecties. Toch zal de selectie vanuit de ervaring van de kwekers zich concentreren op de dominante eigenschappen van de bloedlijn.

Als het gaat om groeipotentie hebben bepaalde bloedlijnen een reputatie hoog te houden. Een daarvan is de Sensuke bloedlijn, die ontstaan is uit de Tomoin bloedlijn. Kohaku van de Tomoin bloedlijn staan vooral bekend om hun massieve bouw en hun brede, wat stompige kop en ver uit elkaar staande ogen.

De daaruit ontwikkelde Sensuke bloedlijn is de belangrijkste kweeklijn vandaag de dag in Japan en is gereputeerd vanwege zijn uitbundige groei-eigenschappen. Ook het feit dat deze bloedlijn vissen voortbrengt met een zijdeachtige glans op de schubben en vorming van shimmies vrijwel niet voorkomt, maakt de Sensuke bloedlijn extra populair. Koi van deze lijn bezitten ook vaak dikkere ogen die als het ware als reuzenspelden op de kop lijken te zijn geprikt.

Een mooi voorbeeld, de Sakura bloedlijn van Sakai FF is ontstaan uit de Tomoin bloedlijn en de Sensuke bloedlijn. Hieruit zijn twee zeer bekende koi voortgekomen: Rose en Fujiko, waarbij de body van deze twee koi het meest lijkt op de orginele Sensuke bloedlijn. Deze is verder ontwikkeld bij Sakai en de “offspring” van Rose en Fujiko zijn enorm en de kenmerken van deze twee koi zijn nog immer te vinden in de nazaten.

Keuze van een potentiële jumbo
Het ontdekken van groeipotentie in jonge koi is niet altijd even gemakkelijk en het selecteren van potentiële jumbo’s binnen eenzelfde generatie tosai of nisai is absoluut geen sinecure. Al was het alleen maar omdat slechts weinig koi uit een nakomelingenschap in staat zijn die 80 cm te bereiken. We moeten dan in promillages gaan denken. Het is zeker geen kwestie van even het grootste exemplaar er tussenuit te kiezen. Vooral koi op jonge leeftijd hebben de neiging tussendoor groeispurts te maken, om dan ineens stil te vallen.

Jonge koi moeten in hun eerste jaren vooral langgerekt ogen. Langgerekt maar niet mager, niet smal, eerder gestroomlijnd, maar wel met een goede body en een volwaardig frame. Dat is een bewijs van krachtige lengtegroei.

De eerste jaren moet de vis al zijn energie omzetten in lengtegroei. Gebeurt dat niet, dan is 80 cm. na zes jaar een illusie. Het is namelijk zo, dat als de vis zich in de breedte begint te ontwikkelen en in volume toeneemt, de lengtegroei onherroepelijk gaat stagneren.

Vaak zie je dat terug bij jonge vis. Van tosai, nisai tot en met sansai groeit de vis krachtig in centimeters en verkeren we als koihobbyist in een hoerastemming. Een jumbo is in de maak, denken we dan. Maar ergens tussen de 60 en 70 cm. begint de vis zijn voedsel meer en meer om te zetten in spiermassa en vertraagt de lengtegroei dramatisch. Tachtig centimeter leek heel dichtbij, maar is ineens ook weer zo ver weg.

Langdurige lengtegroei zie je heel sterk terug bij koi met Matsunosuke bloed en daarom zijn ze ook zo gewild. Ze worden niet alleen zeer lang in relatie tot hun leeftijd, maar hun voordeel is ook dat de lengtegroei veel langer in uitbundigheid doorgaat en dat ze zich doorgaans pas na hun vijfde jaar in de breedte beginnen te ontwikkelen.

Als een vis in zijn eerste vijf jaren vrijwel alleen een groei in de lengte kent, is dat een goede zaak. De vis is dan immers al een eind op weg naar de 80 cm. voordat hij zich in de breedte ontwikkelt, hij vervolgens een karakteristieke bult achter de nek krijgt en hij de hoogte in gaat. Aan de consequentie dat zijn lengtegroei ernstig vertraagt door deze ontwikkeling, valt niet te tornen. Oorzaak van deze typische eigenschap is met name het inkruisen in de bloedlijn van een originele magoi met enig wild bloedpercentage. Dat Matsunosuke-effect zie je ook terug in veel van de bloedlijnen die Momotaro gebruikt.

Een ander kenmerk van veel groeipotentie bij individuele exemplaren is een dik staartstuk. Vrijwel zonder uitzondering is dat een sterke indicatie dat de koi in kwestie tot een vis van fors formaat met volumineuze body kan uitgroeien.

Ik hou er ook van als koi een brede, afgeronde kop hebben, de ogen ver uit elkaar staan en de bek eveneens zeer breed is. Hierbij moet ik wel aantekenen dat deze eigenschappen niet alleen ingegeven worden door de bloedlijnkarakteristieken. Het hangt ook af van de variëteit.
Kohaku hebben doorgaans een wat bredere, afgeronde kop dan bijvoorbeeld sanke, waarbij de kop in zijn algemeenheid wat smaller en puntiger pleegt te zijn.

Onevenredige groei
Aan de hand van de bouw van een koi-in-groei is eveneens met enige expertise af te zien of we met een toekomstige jumbo te maken hebben of niet. Koi groeit namelijk niet evenredig over zijn gehele lichaam. Bepaalde lichaamsgedeelten zijn sterker onderhevig aan groei dan andere gedeelten. Niets vreemds aan, bij de mens is dat net zo.

Een koi groeit met name naar voren. Het lichaamsgedeelte tussen kop en rugvin is een van die ˜groeigevoelige” gedeelten. Is dit stuk lang in verhouding tot de rest van het lichaam, zodat de borstvinnen zich naar rato diep naar achteren bevinden, tien tegen één dat het een grote meid gaat worden.

Ook de aftekening/het patroon geeft een indicatie van groeikracht.
Een beetje hogeschool koihouden: leest u zorgvuldig. Een koi groeit dus naar voren. De pigmentatie die in de dermis verankerd is, groeit mee naar voren. Het patroon op het schubbenkleed is echter naar achteren gericht. Die groeit niet mee naar voren. De pigmentatie in de dermis schuift als het ware ten opzichte van het patroon op de schubben, virtueel mee naar voren, naar de kop toe, zodat het lijkt alsof aftekening naar achteren schuift.
Dat betekent dat de kiwa (de achterkant van de aftekening vanaf de kop gezien) scherper wordt, terwijl de sashi (de schaduwachtige rand aan de voorkant van de aftekening, waarbij witte schubben over de kleurgrens van het patroon liggen) dieper wordt (of breder, zoals u wilt).

Als kenmerk van kwaliteit ziet men de sashi het liefst als één schub diep. Hierbij ligt er dus aan de voorkant van het patroongedeelte één witte schub over de onderliggende, vaag ogende kleurgrens. Dat geeft die schaduwachtige rand aan de voorkant van het patroon. Echter, bij krachtig groeiende koi strekt in die fase de diepte van de sashi zich tot over twee tot soms zelfs drie schubbent voor de aftekening uit.
Dergelijke sashi behoeft in zo’n groeifase dus niet altijd te duiden op een koi van mindere kwaliteit. Het lastige is dat je dat niet altijd zeker weet. Later herstelt die sashi zich overigens weer en komen pigmentatie in de dermis en aftekening op het schubbenpatroon weer langszij.

Conclusie tot zo ver: bent u op zoek naar toekomstige jumbo’s, focust u zich dan op vrouwtjeskoi van bloedlijnen die een reputatie hebben op het gebied van groeipotentie. Focust u zich op koi uit het zuiden van Japan, met veel lengtegroei als ze tosai, nisai of sansai zijn en laat uw voorkeur uitgaan naar dikke staartstukken en andere bovengenoemde kenmerken.

Na dit gelezen te hebben zou ik de vraag willen stellen of jullie een antwoord kunnen geven op de vraag: waarom zie je graag jumbo koi, hoe groter hoe liever ? Kan je er een eenvoudig antwoord op geven ?. Ik ben bijna zeker dat niemand een gepast antwoord kan geven...


Reacties