Interview met Toshio Sakai

Interview met Toshio SakaiZoals je wellicht reeds weet zijn onze voelhoorns tegenwoordig gericht naar de Matsunosoke bloedlijnen. Het goede contact dat er ontstaan is met Tashiaki Sakai (zoon) en Toshioki Sakai (vader) in Niiagata, broer van Toshio Sakai, de bezieler van de Matsunosuke bloedlijn heeft ons gesterkt om hier op door te gaan. Het interview is door Brian Sousa gemaakt en is dus uit het Engels vertaald. De foto's zijn van matige kwaliteit, maar dit mag het leesplezier niet drukken.

Nishikigoi Innovatie
Een interview met Mr. Toshio Sakai
Isawa Nishikigoi Center


Matsunosuke Sanke staan voor een hedendaags nishikigoi meesterwerk.
Mr. Toshio Sakai van het Isawa Nishikigoi Center, erfgenaam van de oorspronkelijke kweker van Matsunosuke Sanke, staat in hoog aanzien voor zijn kweekexperimenten waarbij magoi met nishikigoi worden gekruist. Mensen zijn nieuwsgierig naar het waarom: waarom waagt de eigenaar van zo’n gevestigd merk zo’n gok door zijn meesterwerk te wijzigen?

Wat was hij van plan? Zijn woorden lijken mogelijk ontwijkend en ontdaan van de kern van de zaak, vanwege geheimhouding, maar ze waren voldoende om te kunnen peinzen over de details.

Mr. Sakai selecteerde koi met magoibloed. De reden hiervoor was erg summier, dus we hebben onnodige delen van het interview weggelaten. Mr. Sakai zei in vertrouwen: “Als je naar de koi kijkt, zul je de details begrijpen’. Hoewel dit interview enigszins gedateerd is, geeft het nog steeds een zeker inzicht in de man die deze nishikigoi innovatie heeft geproduceerd.

“Het produceren van Matsunosuke heeft me zowel mijn kracht als zwaktes laten zien. Het opnemen van een 1m 30cm magoi was ‘t middel om de grenzen te doorbreken die met bestaande koi werden behaald.”

Wanneer kreeg u het idee om nishikigoi met magoi te kruisen?
Sakai – Meer dan twintig jaar geleden. Toen Mushigame Rinyu Club werkte aan Shiromuji (zij kochten gezamenlijk een 90 cm grote Shiromuji van Izumiya in
Iwamagi, waarmee alle leden hun eigen mannelijke koi kunstmatig lieten paaien), gebruikte ik magoi.

Waarom besloot u magoi te gebruiken?
Sakai – Door het werken met de Matsunosuke Sanke, kende ik zowel de sterke als zwakke kanten ervan. Als je worstelt en probeert de ander omver te werpen, bestaat altijd het gevaar dat je zelf valt. Waar het gaat om de zwakke punten van mijn koi, dan ken ik die het best.

Wat probeerde u te compenseren?
Sakai – Kijk naar de bouw van goede koi, dan vind je de ideale vorm. Zelfs al is het geen magoi, je hebt je eigen idealen… en die moet je trouw blijven om iets te kunnen creëren. Het kan vijftien of twintig jaar duren, maar het begint allemaal met het inzien van de fouten, en de keuzes die je maakt om ze te compenseren.

Twintig jaar geleden was Matsunusuke al een gerenomeerde naam.
Sakai – Sommige onderdelen, ja.

Ik kan me voorstellen dat het inbrengen van magoi erg ingrijpend kan zijn, aangezien het de Matsunosuke sanke zou kunnen ruïneren.
Sakai – Klopt, dus als ik blijf vasthouden aan wat ik nu heb, zal ik nooit een nieuwe soort kunnen maken. Als ik iets nieuws wil creëren, dan moet ik iets totaal verschillends, met een ander gevoel.

Had u niet gevoel dat u brak met dat wat u had?
Sakai – als je nieuw bloed inbrengt, dan gaat de kwaliteit natuurlijk naar beneden. Maar ik geloofde dat als ik een helder doel voor ogen had en doorging met kweken, ik een beter soort kon maken. In plaats van een tussenweg te kiezen, zou ik liever eenvoudigweg de besten onder de zwarte koi benutten, zonder nishikigoibloed toe te voegen en de zwarte invloed zou naar voren komen. Ik wilde het juist puur houden, zonder inmenging van ander bloed.

Er zijn toch verschillende soorten magoi?
Sakai - Klopt.

Was u van plan een special soort te gebruiken?
Sakai – Ik vond de magoi die de voor mij ideale lichaamsbouw had, dus ik nam de 1m30cm grote Magoi van de heer Takabayashi (Okaya Nishikigoi
Center) in Suwa Lake…

Heeft u die gebruikt?
Sakai - Absoluut.

Is het een vrouwtje?
Sakai – Ja, ik heb zowel mannelijk als vrouwelijk geprobeerd in diverse combinaties. Maar één keer betekent niet dat er maar één resultaat is. Bijvoorbeeld: zelfs als je een keer showa met sanke kruist, en de resultaten zijn slecht, dan is het alleen jouw idee dat sanke niet zou moeten worden gebruikt. Je zou het dan nog een paar keer moeten proberen om uit te vinden wat wel werkt. Om dat te weten, heb je behoorlijk wat ervaring nodig.

Heeft u eerst sanke en magoi gekruist?
Sakai – Ik heb met sanke gekruist, en met de originele ouderkoi van Isendo. Ik heb zelfs de koi gebruikt die “ni-no-ji” heet…

Ninoji is de originele ouder van de Isendon Kohaku die Gosuke-san heeft gekruist met Isendon?
Sakai - “Ninoji” betekent ‘niet twee strepen hi op het hoofd’ maar deze had rond hi op het hoofd en het ninoji higata* op de schouders.

Wat voor soort koi kwamen uit de eerste kweekpoging?
Sakai – Uit een emmer vol kuit kwam slechts één rode baby. Akago.

Zoals Suaka?
Sakai – Het was als, in showa, alle baby’s waren kurogo (zwart) en slechts één akago (rood), iets wat ik door kurosen* zou kwijtraken… slechts één, van de honderduizenden, miljoenen…

Heeft u die gekruist met Sanke?
Sakai – Nee, ik heb het met verschillende lijnen geprobeerd.

Toen het aankwam op cullen, wat hield u aan?
Sakai –Ik koos op basis van mijn gevoel en hield aan wat potentie leek te hebben. Het lijkt een gebed zonder eind, maar je moet dit proces door, anders krijg je nooit iets.

Maar selecteren duurt ongeveer 40 dagen.
Sakai – Klopt, dus ik hield mezelf voor dat ik in dit stadium nog niets zou krijgen, gewoonlijk is de zwarte invloed erg sterk in deze fase van de ontwikkeling, dus het is erg zeldzaam gekleurde koi te zien.

Was het kunstmatig kweken?
Sakai – Ja. Dat heb ik net zo vaak gedaan tot ik volledig tevreden was.

Betekent dat dat u eitjes hebt gescheiden en met verschillende lijnen heeft gekruist?
Sakai – Ja. Ik had bepaalde ideeën… anderen zullen erom hebben gegrinnikt…

Heeft u deze eerste koi nog steeds?
Sakai – Ja, die heb ik nog, maar het bleek onmogelijk om alle kruisingen te proberen die ik in gedachten had, dus ik nam alleen de koi waarvan ik besloot dat ze voldeden.

Heeft u ze gekozen op basis van body?
Sakai – Dat gaf steeds de doorslag.

Maar toen zat er nog niet veel beni op?
Sakai – Helemaal geen beni.

Waren ze helemaal zwart?
Sakai – Klopt, omdat je het in het begin nog niet ziet…

Zag u rood op de zijkanten?
Sakai – Zulke koi krijg ik wel, en dat zegt me dat de origine van Nishikigoi zeker asagi is. Dus ik krijg koi die meer op asagi lijken. Naast de zwarte, hadden sommige koi bruine vlekken die op patronen leken. Ze leken het meest op nishikigoi, dus ik heb getracht die meer te gebruiken.

Die kruising levert dus niets op dat u kon verkopen, dus u kunt er niet veel van aanhouden.
Sakai – Nee, dat kon ik niet. Dus ik houd ze in de betonnen vijver. Als alles is verstuurd en de eitjes zijn genesteld, sorteer ik de baby’s rond juli. Maar ik moet mijn brood verdienen, ik werk mijn normale dienst en ga dan door naar mijn ‘research’ of wat ik nodig heb om mijn persoonlijke doel te bereiken. Daarbij maak ik gebruik van lege vijvers als de zendingen weg zijn. Dat zijn de koi die nooit in de mudpounds komen. Dat zijn mijn originele koi. Normale koi groeit niet zo hard in de betonnen vijvers, maar de koi met een sterk gestel, hoewel eerst klein tengevolge van die omgeving, worden uiteindelijk zeker groot. Ik zeg dat omdat, omstreeks het 4e jaar, de eigenschappen van de bloedlijn van een koi zeker zichtbaar worden. Als je ze goed voert, zullen deze kleine koi zeker groot worden.

Wanneer de F1 is bepaald, zullen de volgende niet eerder dan over 3-4 jaar komen.
Sakai – Daarom is het een langdurig proces.

Tot de F1 de ouder werd, heeft u toen slechts de eerste magoi nakomelingen geselecteerd?
Sakai – Ja, ik koos de kandidaat-ouders daar uit. Als je dat in het eerste jaar gedaan krijgt, hoef je dat na de tijd niet meer te doen.

U heeft verschillende types mannetjes gekruist,
Sakai – Ja, vrouwtjes en mannetjes.

Heeft u die apart grootgebracht?
Sakai - Klopt.

Komt het door de sterke invloed van de magoi dat u niet kon identificeren welke koi welke was?
Sakai – Klopt, het was alsof ik mijn eigen interne computerbestanden moest doorzoeken, zoekende naar de juiste onder de zwarte. Ik doe mijn uiterste best me te concentreren als ik naar koi kijk. Als ik ze door elkaar haal, denk ik niet dat ik ze ooit weer kan identificeren. Ik vergeet ze niet omdat ik me diep concentreer.

Wilt u daarmee zeggen dat zelfs deze koi verschillende kenmerken hebben?
Sakai – Ja, net als beni verschillende kenmerken heeft. De kwekers van hikarimono kunnen het verschil zien tussen hun eigen koi en die van anderen. Je zult de verschillen leren kennen als je er iedere dag mee bezig bent, ik denk dat je zintuigen scherper worden. Ik dacht altijd dat ik iedereen kon leren hoe je koi kunt produceren, maar tegenwoordig krijg ik het gevoel dat er mensen zijn die het kunnen leren en mensen die dat niet kunnen. Het hangt af van je zintuigen en gevoel. Zelfs als lijkt dat iemand dat begrijpt, krijgt hij het toch niet in de vingers.

Het hangt dus af van het verschil in bevattingsvermogen dat mensen hebben.
Sakai – Inderdaad. Bij iedereen komt iets op een ander niveau binnen. Tenzij ik hen de koi in kwestie laat zien en het uitleg, is het soms moeilijk om het over te brengen.

Dus met al uw intuïtie en gevoel, hoeveel heeft u gehouden?
Sakai – Ik heb er veel gehouden.

Ongeacht of het mannetjes of vrouwtjes waren?
Sakai – Alles dat in mijn plaatje past….

Ik weet dat het moeilijk is om het ‘plaatje’ te beschrijven, maar wat zou het ideaal zijn dat u nastreeft?
Sakai – Als de ouders een zekere ‘air’ over zich hebben, dan kun je je gevoel daarop projecteren. Iedereen die met koi bezig is, ontwikkelt het gevoel dat zegt: ‘dat is een aardige koi’ of ‘deze zal goed ontwikkelen’.

Toen F1 groeide en bruikbaar werd als ouders, waar heeft u ze toen mee gekruist?
Sakai – Met de koi met uitstekende kwaliteiten. Als het het beni was, dan wilde ik de koi die beter beni hadden dan wat ik al had. Als het het sumi was, dan wilde ik de koi die beter sumi hadden dan wat ik al had. Ik kijk altijd ver vooruit en probeer koi te creëren die er boven uit steken. Het is saai om alleen maar verder te gaan met dat wat je al hebt. Je krijgt de koi met een goede body en daar moeten koi bij zijn waar het beni beter is dan voorheen, en het sumi moet beter zijn dan voorheen, anders hoef ik ze niet. Ik heb een bepaald plaatje dat ik graag zie, dus ik probeer iets kwalitatief hoogwaardigs te visualiseren. Daarbij komt een hoop vertrouwelijkheid kijken, bij dat proces. Iedereen moet door een zware leerschool gaan om die vaardigheid te verkrijgen.

De koi uit de magoi neigen naar een behoorlijk lage kwaliteit als nishikigoi en zien eruit als asagi magoi.
Sakai – Niet eens asagi, het zijn nog steeds magoi… met een klein patroontje erop… er lijken er weinig op karagoi…

U kruist ze met uitstekende mannetjes en vrouwtjes?
Sakai – Yep.

En waarom kruist u ze met die uitstekende kwaliteit koi?
Sakai – Hoe bedoelt u?

Als u ze kruist met karagoi, zou de uitstekende kwaliteit kunnen afnemen.
Sakai – Hoe dan ook, het leuke aan kweken is dat je je de koi voorstelt met de kwaliteit die je nog nooit hebt gehad, zoals het dikke, uitgegoten beni… Die types koi zijn verschillend ‘geconstrueerd’. Dus het beni zal zelfs nog verder vooruitgaan. Het sumi is hetzelfde (zie de koi die hier is afgebeeld), heeft een andere kwaliteit nietwaar? Kijk naar de diepte.

Ja, dat begrijp ik, maar veel kwekers proberen betere nishikigoi te produceren dan ze nu hebben. Dan is het logisch dat ze de goede koi kruisen.
Sakai – Maar dan krijgen ze alleen de goede die ze nu al hebben.

Maar als je de goede kruist met magoi, gaat de kwaliteit dan niet achteruit?
Sakai - Ah. Als je ze kruist met een willekeurige magoi, zeker, dan is dat zo.

Dan wel?
Sakai – Ja, daarom heb ik een ideaal voor ieder onderdeel. De bouw moet zus zijn, de kwaliteit zo, enzovoort. Om het ideaal te bereiken, krijg ik eitjes van 50 verschillende kruisingen

50…Ongeacht de lijnen?
Sakai – Nou, hoofdzakelijk kohaku en sanke. In het begin kies je zelf de lijnen, maar je weet niet welke kant die zullen opgaan. Ik heb altijd het gevoel dat als ik meer worstel en het moeilijk heb dan andere mensen, ik meer leer dan zij. Dus ik laat het over me heen komen. Nu, als ik eitjes krijg van 6 of 7 kruisingen, kan ik de baby’s voorbereiden. Als normale mensen 10 kruisingen hebben en ik heb er 50, kan ik in vergelijking met hen het resultaat van 5 jaren kweken krijgen. Zelfs als je erg hard probeert om goede koi kweken, loop je op een gegeven moment vast. Als je dan goed nadenkt en blijft proberen, zie je vanzelf het licht (lacht). ‘Oooh, zit dat zo.’

Je kunt er niet komen tenzij je het daadwerkelijk zelf ervaart.
Sakai – Ja, ervaring.

Heeft u het geleerd in een meer theoretische manier?
Sakai – Als iemand het je als een vak kon leren, en dat zou werken, zou iedereen succesvol moeten zijn door simpelweg in de voetsporen van zijn ouders te treden, maar zo werkt het niet. Het is niet echt als je het niet zelf ervaart en ervan leert. Dus je moet het ‘vallen en opstaan’ ondergaan, en nog steeds de wil hebben om door te gaan. Dan zouden er koi moeten zijn die de ouders in kwaliteit voorbijstreven.

De modern kwekers proberen de bouw van hun koi te verbeteren door bijvoorbeeld Sensuke kohaku in te brengen, maar als de body groter wordt, wordt het beni niet zo goed, of het beni komt wel, maar de kwaliteit loopt terug. Dus ze krijgen nooit alles op één lijn, en worstelen om het goed te krijgen.
Sakai – Het zou prettig zijn als je die kunt gebruiken die je al hebt. Iedereen jaagt de zuivere kweek na… Het proces is zwaar omdat je niet slechts op de bloedlijn kunt vertrouwen. Het kan niet worden begrepen tenzij je daadwerkelijk het proces doorloopt. Als je er eenmaal bent, weet je werkelijk hoe het moet en ben je vrijwel steeds in staat je werk te herhalen… zelfs als je de ouders wisselt.

Tegen die tijd had u Matsunosuke Sanke daadwerkelijk in de vingers. En u moet nog steeds zwoegen…
Sakai – Omdat de goede zo moeilijk zijn te krijgen. Als het makkelijk zou zijn, zou onze zaak gevuld zijn met goede koi. Andere kwekers hebben geprobeerd goede matsunosuke sanke te kweken, maar tevergeefs. Dat is het leuke van kweken en tegelijkertijd ook het moeilijke… Alles in het leven is immers zo? (lacht)…

Hangt het af van de selectie van de ouders?
Sakai – Inderdaad. Als ik dezelfde koi wil produceren als de ouders die ik nu gebruik, hoef ik slechts gelijkwaardige koi te gebruiken. Maar ik ben daarmee niet tevreden en ga voor dik, gelijk beni, ik moet hard werken en tegelijkertijd m’n kop gebruiken… Dan zal God me belonen (lacht).

De koi die we zagen zijn allemaal ouder dan sansai. Als we de magoi als startpunt nemen, van welke generatie zijn zij dan?
Sakai - Ik denk de vierde generatie?

Zou die generatie in staat zijn een stabiele lijn nishikigoi voort te brengen?
Sakai – Nou, los daarvan, ik probeer iets anders te creëren, de koi met goede kwaliteit.

Dus het proces staat los van het creëren van de magoilijn?
Sakai – Klopt. Ik stel me koi voor van goede kwaliteit zonder magoi in te kruisen.

Dus aan de ene kant volgt u de bloedlijn van magoi, en aan de andere kant gaat u voor goed sumi, bijvoorbeeld?
Sakai – Niet echt. Ik probeer gedurende het proces de bouw ook te verbeteren. Vanzelfsprekend kruis ik in die lijn ook magoi, dus de groei is behoorlijk anders.

U kruist de magoi lijn met nishikigoi van hoogstaande kwaliteit.
Sakai – Ja, dat klopt.

Dat betekent dat de koi die worden gekruist met magoi zelf geen magoi bloed hebben?
Sakai – In eerste instantie: ja. Ze hebben geen magoi in het begin, maar die daarna zijn in feite de goede-kwaliteitskoi van de eerste kweek. Die met de betere bouw.

Als u dat zou blijven doen gedurende vier generaties, zou de gelijkenis dan niet te groot worden?
Sakai – Het aantal koi waarover we hier praten is groot. Er zijn koi die er zo uit zien en andere die compleet anders zijn. Dat is het leuke van kweken.

F1 alleen had koi die niet goed genoeg waren om als nishikigoi te worden bestempeld. Hoeveel generaties hebt u doorlopen voordat u de nishikigoi-kwaliteit kreeg?
Sakai – Door de nakomelingen te kruisen, kreeg ik behoorlijk wat die op nishikigoi leken.

Betekent dit dat beide ouders F1 zijn?
Sakai – Inderdaad.

Krijg je in F2 de koi met veel rood en wit?
Sakai – Nee, ze hebben voor een tijdje nog behoorlijk veel zwart.

Dat geldt niet alleen voor sanke, maar ook voor kohaku?
Sakai – Ja, door de magoi invloed… daarom, toen ik akago * aan het selecteren was, kwam mijn baas langs en vroeg wat ik aan het doen was. Ik zei: ‘ik heb meer kohaku nodig’ (lacht). Veel mensen moeten mij akago hebben zien selecteren…

Heeft u Akago geselecteerd toen u met sanke begon?
Sakai - Nee, dat moest ik zo doen omdat de magoi invloed er zo eerder uit zou komen.

Zou u degene kiezen met kleur erop?
Sakai – Er zijn niet veel gekleurde bij omdat het magoibloed erg sterk is… maar alle koi die er waren hadden een erg mooie bouw. Daar heb ik de ouders uit gekozen…. Kohaku met hi onderop of die leken op een soort asagi.

Kwam u in de verleiding magoi met kohaku en sanke te kruisen om goed sumi op sanke na te streven, terwijl u af wilde geraken van het sumi op kohaku?
Sakai – Als je bij kohaku blijft, kun je alleen kohaku krijgen.

In welke generatie?
Sakai – Dit is ook de derde generatie… Het komt niet meer naar voren in de vierde generatie.

Je krijgt in de vierde generatie alleen kohaku?
Sakai – Ja.

Nog vlekken?
Sakai – Nou, sommige kunnen vlekken krijgen, maar sommige lijnen hebben die neiging niet.

Wat voor soort kohaku gebruikt u?
Sakai – Buheita…. Het beni moet de invloed zijn van Yozen … roze.

Een van de F1 ouders is ‘ninoji’. Is dat de monjiro lijn?
Sakai – Klopt. Ik kruis er Yuemon in… dus het maakt me niet uit welke lijn. Het belangrijkste is dat het echt moeilijk is koi te krijgen die beter worden naarmate ze ouder worden.

Het belangrijkste onderdeel aangaande de ontwikkeling van de originele soort nishikigoi is de vorming van kiwa.
Sakai – Wij noemen het maruzome… het kiwa wordt gevormd gedurende de 5 tot 10 jaar dat je ze grootbrengt.

Ontwikkelt het zich natuurlijk bij de koi?
Sakai – Inderdaad. Als je de kenmerken niet bij de koi kunt zien, zul je het niet krijgen. De koi met prachtig kiwa, zoals maruzome en kamisorigiwa, werden eerder ontwikkeld. De koi met zachter beni begint met uitgesmeerd kiwa, maar op de goede koi zie je het beni netter worden, vooral bij degene die later prachtig worden. Kiwa komt omhoog van de onderkant.

Van de onderkant betekent van binnenuit?
Sakai – Ja, bij de koi op de foto zitten ook met maruzome aan de onderkant. Als je ze eenmaal ziet, zul je zeggen dat er een neiging toe is. Net zoals het sumi in shiro utsuri zich ontwikkelt vanuit de onderkant, hebben ze het zo overgedragen gekregen. Dus van onze koi (Matsunosuke Sanke) wordt gezegd dat die mooi is met gin (zilver) erop, en ze erven de kenmerken die aangeven ‘mooier met meer gin’. Het was hetzelfde met de koi die Sankuro-san en Tomezo-san samen maakten. Het was een mannetje en dat won de Suisancho-chokan* prijs op de Nogyosai (landbouwfestijn), waar de sanke van Matain*-san de Daijin*prijs won. Die zat in onze zaak voordat die naar Hawai ging naar Nakamaru-san. Ik zat toen op de basisschool, maar ik bestudeerde de koi in de vijver, tekende het profiel na en kleurde het in. Ik heb deze erg zorgvuldig bekeken en herinner me dat deze schitterde van het zilver. Het was dezelfde soort sanke die wij in onze zaak hadden. Dus het was geen kwestie van ‘koi met zilver zijn goed of slecht’, maar mooie koi erven die stijl. Sommige koi hebben zilver, maar niet erg goed.

Dus het hebben van zilver betekent nog niet dat het goede koi zijn?
Sakai – Inderdaad. Onze koi lijken van betere kwaliteit te zijn als er zilver op zit, dus ze hebben die kwaliteit geërfd en worden mooier en worden ook zo ontwikkeld.

Eerder, tijdens het nemen van de foto’s noemde u het sumi dat zich ontwikkelde tot sumi-zome. Wat voor soort erfenis zou dat zijn?
Sakai – Als ik denk aan het ideale sumi, zou het mooi zijn om dik maruzome sumi te krijgen, net alsof er bokuju*inkt overheen is gegoten.

Als je zulke koi wilt creëren, is het dan niet noodzakelijk dat de ouders die kenmerken bezitten?
Sakai – Ja, maar zulke koi bestaan niet…

Ik heb nog nooit sanke gezien met sumi in maruzome. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
Sakai – Dat is een bedrijfsgeheim, omdat ik daar zoveel jaren aan heb besteed om het te bewerkstelligen (lacht).

Het is bijna onvoorstelbaar koi te hebben met maruzome sumi, tenzij ze daar van hun ouders wat van meekrijgen…
Sakai – (lacht) Daarom is dat een vakgeheim. Er is een manier om het te doen… (lacht)

Een manier om dat te doen?
Sakai – (lacht) Dat kan ik maar beter niet vertellen. Anders streven anderen me straks nog voorbij.

Is het eenvoudig te doen als je eenmaal weet hoe het moet?
Sakai – Ik zou het niet eenvoudig willen noemen, maar er is een manier om het te doen.

Even afdwalend van het onderwerp… Als je koi met mooie patronen wilt, zou dat opzettelijk te doen zijn?
Sakai – Als je koi die de mooie patronen ontwikkelen met elkaar kruist, zul je de kans verhogen om mooie patronen te krijgen. Dus als de mensen eerlijk zijn, zul je mooie koi kunnen creëren. (lacht)

(lacht)
Sakai – Als je er te trots in stapt… daar hebben we vaak te veel van en het eindigt ermee dat we zo de potentie van de koi inperken.

Ik kan me van de laatste Matsunosuke Sanke niet herinneren dat ze zulk groot sumi hadden.
Sakai – Het grote sumi is beter, maar het breekt altijd bij groei. Dus ik sluit een compromis door het klein te houden. Maar dit is groot sumi en breekt niet. Net als kohaku, als het beni consistent is, zal het jarenlang niet breken…

Ik begrijp het.
Sakai – Het mooie beni op jonge koi is hard. Als het snel een levendige kleur krijgt, zal het niet lang goed blijven. Met sumi is het net zo. Er is slechts het verschil van zwart of rood. Dus denk ik hoe ik ervoor kan zorgen dat het lange tijd stabiel blijft… op dezelfde manier als ik met het beni omga? Het hoeft alleen maar zwart te zijn. Zo simpel is het.
Maar om het daadwerkelijk te doen, net zoals een pottenbakker verschillende typen klei gebruikt en een recept een geheim ingrediënt heeft… om de kleur goed naar voren te laten komen moet je iets unieks doen, of je maakt geen verschil.

De sanke met magoi bloed heeft alleen Matsunosuke sanke?
Sakai – Nou, dit zou niet kunnen behalve met Matsunosuke… ik heb nog nooit zoiets gezien… het is als de hardere versie van sashizumi… dit is anders.

Ja, inderdaad.
Sakai – En ik maar worstelen en worstelen..

U hebt verschillende types gemengd.
Sakai – Ja. Het was vallen en opstaan en dat iedere keer weer. Als je het 50 keer probeert, kan zelfs een nieuweling een keertje raak slaan… (lacht)

Hoe dan ook, veel kwekers hebben dus zojuist de 50 keer gemist.
Sakai – Dat mag je alleen denken.

Wat was het belangrijkste verschil toen u zwarte koi inbracht?
Sakai – De body is totaal verschillend, de groei is heel anders.

De body heeft hoogte gekregen.
Sakai – Inderdaad. De kracht is helemaal anders. Vanaf nu, zullen alleen sterke koi worden herkend. De manier waarop ze aanvoelen als je ze vasthoudt, de omvang is verschillend. De kwaliteit van het vlees is anders, hoewel nog niemand het heeft aangegeven.

Is het ‘t gewicht dat je voelt als je ze in je hand houdt?
Sakai – klopt. Je kunt het zeggen als je ze daadwerkelijk vasthoudt. De koi die groeit kan worden herkend door te kijken naar de body en door ‘m aan te raken. Die is zwaar. Het vlees is erg stevig. De kwaliteit van het vlees is anders. Gewoonlijk, als het kiwa of het beni niet goed genoeg is, laat je het voor wat het is.. Normaliter is het ideaal met sashikomi* en het kiwa is of maruzome of kamisorigiwa-kiwa, en het hiban moet consistent zijn…
Hoewel dat het ideaal is, als je het vergelijkt met mensen, tussen iemand die het zou kunnen, maar er niet hard genoeg voor werkt en iemand die het niet kan waarmaken, maar die met toewijding doorwerkt zonder te stoppen, kan het resultaat ineens wisselen in 2 of 3 jaar. Zo is het ook met koi. Als je door de kenmerken van de koi heen kunt kijken, aangezien kiwa van nature ontstaat, kun je ze lezen vanaf dat ze jong zijn.

Zelfs als ze nog tosai zijn?
Sakai – Yep. Ik kan het al zeggen door naar de ouders te kijken. Dan kijk ik naar de tosai en zie dat dit beni zal blijven, of zoiets… het wordt je zelfs duidelijk op jonge leeftijd. Daarom komen alleen de goede voort uit de bulk die ik koos om mee te beginnen. Hoewel soms de goede kunnen veranderen ten gevolge van omgevingsfactoren die de koi nodig hebben om gezond te blijven.

Bijvoorbeeld, er was die sanke die was gekozen, waar het kiwa niet helder genoeg van was. Zoals u zei, ik zou me kunnen voorstellen dat het beni wordt weggehaald of dat je het zo laat zoals het is.
Sakai – Die koi had erg zacht kiwa als tosai. Ik dacht dat het zou verdwijnen, maar dit type beni wordt dikker en dikker. Vind je niet dat het mooi dik beni is?

Ja, het is dik en erg zacht.
Sakai – Inderdaad, het is erg consistent. Daarom is het beni mooi en zal het niet lelijk worden als het groter wordt. Het beni zal zelfs nog netter worden, dus het wordt dikker en gelijker. Met dit patroon kan hij makkelijk 85-90 cm worden. Maar als dit het product zou zijn van de conventionele kweek, als de ouders rond de 80 cm zijn, houdt het daar ook wel zo ongeveer op. Dan kun je niet hopen op 1 meter. Als je het bloed inbrengt van een 1m30 grote koi, kun je wel hopen op 1m.

Nu we het over de lengte en de breedte van de body hebben. Heeft de vierde generatie niet nog steeds een relatief magere bouw?
Sakai – De breedte is goed, die is niet verschillend van wat we hadden.

Onder de vierde generatie, is daar het tempo van het breder worden al verbeterd?
Sakai – Als ik er enige moeite in steek, zou ik willen proberen het te verbeteren. Ik moet dan wat bloed inbrengen met een goede lichaamsbouw.

Dat betekent dat je de kweek verbetert door verschillende bloedlijnen te mixen?
Sakai – Zo zit dat.

Is het daarom dat u niet alleen maar bent gefixeerd op de Matsunosuke bloedlijn?
Sakai – Als dit had moeten gebeuren uitsluitend binnen de Matsunosuke bloedlijn, dan zou ik niet in staat zijn geweest deze kwaliteit te behalen.

De basis is Matsunosuke?
Sakai – ja, omdat het sanke is.

Heeft u gemengd met Torazo of Kichinai?
Sakai – Nee, niet op die manier. Ik zou geen enkele sanke met Matsunosuke kruisen. Ik geloof dat Matsunosuke het beste is in dezelfde lijn.

Dat is sanke.
Sakai – Ja, sanke.

Dat betekent dat wel andere soorten worden gemengd?
Sakai – De kweek is magoi. Er zou wat yamabuki in kunnen zitten (lacht)… het kan goshiki zijn… dat is wat ik probeer te zeggen. De invloed van de sanke wordt verspreid door Matsunosuke, maar er zijn andere geheime componenten.

Dus het zou kunnen dat er Showa komt
Sakai - Misschien (lacht)… Om zoiets te maken, probeer ik veel trucjes. Ik kan dat niet met één generatie doen… Als je ‘go’ wilt winnen, moet je ook een aantal zetten vooruitdenken. Het echte plezier van koi is als je iets compleet anders wilt maken, het kan niet worden gedaan met slechts dat wat je al hebt. Je moet komen met iets dat nog niemand heeft gedaan… Dat weet ik zeker. Als je iets doet dat nog niemand heeft gedaan, heb je een kans dat je iets totaal verschillends maakt. Dit is riskant, omdat je de jackpot niet zult winnen bij je eerste poging.. je moet geduld hebben. Ikzelf was een kind in het harde klimaat van Mushigame, Niigata en ik droeg dingen op mijn rug en juk…. Dat heeft me waarschijnlijk gehard.

Voor ons gewone mensen, lijkt het zo’n avontuur om magoi in te brengen. Zelfs als het toevoegen van sanke de sankekwaliteit kan neerhalen, is het niet net zo extravagant om een ander buitenbeentje zoals Showa toe te voegen?
Sakai – Als je daar niet aan durft, blijf je zitten met dat wat je al hebt. Je brengt je eigen gevoel mee om daar wat aan te doen. Als je dat niet doet, is het niet omdat je een gewone mens bent, maar omdat je te ver vooruitdenkt en vergeet dat je moet kijken naar de oorsprong… dat is het probleem.

Nishikigoi, die hun oorsprong vinden in asagi, gaan daarom terug op magoi?
Sakai – Klopt. Alle asagi zijn voortgekomen uit magoi.

Maar als het op kweken aankomt, zelfs als je goede ouders gebruikt, komen er niet altijd goede baby’s uit. Is dat een soort chemie?
Sakai – Er zijn koi die goed zijn als vrouwelijk ouderdier, of niet geschikt zelfs al hebben ze prijzen en onderscheidingen gewonnen. Dat snap je als je een tijdje koi kweekt.

Plus de chemie met de mannelijke ouderdieren. Zelfs als je ze kruist, als de gelijkgestemdheid niet goed is, zou het niet werken?
Sakai – Het is niet een kwestie van chemie tussen de ouders, maar meer van de breedte van de lichaamsbouw. De kwaliteit is altijd vergelijkbaar aan die van de ouders.

Maar niet op afspraak?
Sakai – Ja, de body en de kwaliteit zijn altijd gelijkwaardig aan de ouders. Daarom willen we soms die prijswinnende koi niet.

Een tijdje terug, pakte het Matsunosukemerk toch de zilvergeschubde op? Volgens een verhaal dat ik hoorde, wilden degene met sterk zilver elkaar verdrijven.
Sakai – Nou, dat is niet zo gebeurd.

Is dat niet waarom één van de ouders van mindere kwaliteit is?
Sakai – Dat moet dan komen van iemand die één gebeurtenis heeft gezien en daar zijn conclusies aan heeft verbonden. Ik denk niet dat die informatie juist is.

Dus het was bij een goed paar?
Sakai – Als je een goede kwaliteit ouderdieren kruist, krijg je goed zilver. Maar als de basis van het vrouwelijke ouderdier niet stevig genoeg is, zul je niet veel zilver terugzien. Als je de koi gebruikt met de stevige huid, dan zal de zilveren schub wel naar buiten komen. Koi met zachte, vlak uitziende huid krijgen minder licht als het fukurin zich ontwikkelt, en zachtere huid krijgt gewoonlijk geen goede reflectie. Daarom, als je glanzende koi wilt maken, kun je dat doen door heel goed naar de ouders te kijken.

Zelfs kohaku en sanke, zonder zilveren schubben, hebben dikke of dunne huid. Zou dat worden beïnvloed?
Sakai – Natuurlijk, er is altijd een manier om naar de ouders te kijken. De goede kwekers weten welke dat is. Als je de goede slechts één keer weet te creëren, dan kan dat een toevalstreffer zijn, maar degenen die constant goede koi maken, hebben het beeld voor ogen ‘zoals het zou moeten zijn’. Dus, als je grote koi wilt kweken, dan kun je dat. Ik denk dat de body van het mannelijke ouderdier belangrijker is.

Het mannelijke?
Sakai – Inderdaad. Bij de paardenfokkerij wil iedereen goede hengsten. Het is moeilijk om uit te leggen alhoewel ik weet waarom dat is. Zelfs als ik het zou proberen uit te leggen, zou ik niet weten hoe mensen het opvatten. Sommige mensen denken het tegenovergestelde van wat ik probeer te zeggen.

Voor het paaien, kun u dan ruwweg inschatten wat voor soort nakomelingen het zal opleveren?
Sakai – Ik kan me inbeelden: ‘van deze ouders, dit type nakomelingen’.

Kunt u dit met ieder ouderdier doen?
Sakai – Meestal wel ja, ik heb iets gedaan dat twintig jaren geen geld heeft opgeleverd, dus ik geef het niet zomaar prijs… (lacht).

Dus nu, de koi die magoi bloed hebben zijn kohaku en sanke
Sakai – En Showa, dat zijn ze.

En Koromo?
Sakai – Die niet. Maar ze zijn uitgegroeid tot 80 en 85 cm. Ik kan sanke niet loslaten, dus heb ik me erop gericht daarmee te kweken.

Hoe ziet uw ideale sanke eruit?
Sakai – Als ik naar de lichaamsbouw kijk, heeft de koi als magoi al een prachtige body. Het beni is mooi en dik en het sumi heeft het tsuya en de dikte…

En het sumi-kiwa is maruzome?
Sakai – Ja. maruzome.

[b]Ontwikkelt het maruzome van het sumi zich als de koi nog een baby is, of ontwikkelt het zich vanaf nu?

Sakai – Als het sumi zich openbaart, begint het zich te ontwikkelen. Wat sumi is er al als tosai en het is dik en stevig uitziend, net als het beni… als de koi eenmaal groeit en het sumi komt naar boven, zal het zeker urokozome* worden. Maar het harde type kan nooit echt maruzome zijn.

Hoe ziet u de koi met magoi bloed, als u ze vergelijkt met andere koi bijvoorbeeld in de ronde bak tijdens de shows?
Sakai – de bodylijn is verschillend.

De vertikale lijn? Of de lijn van de ruggegraat?
Sakai – Ik zou zeggen beide. Als het gaat om 1m grote koi, dan vallen magere koi onmiddellijk af, daarom moet de body breed genoeg zijn.

En het hoofd?
Sakai – het hoofd zit er aan vast…

Is de structuur van het hoofd uitzonderlijk groot?
Sakai – niet echt. Gewoon het normale formaat en de mooie body van grote magoi. Ik heb het ideale plaatje daarvoor… als het hoofd zoveel centimeter is dan moeten lichaam en staart ook een bepaald aantal centimeters zijn om een goede balans te krijgen… Als je ze kweekt, en doorgaat met de oorsprong te bestuderen, en de breedte is zoveel centimeter… als je de koi in de lengte bekijkt, zul je je realiseren ‘dit is het ‘ waar het gaat om de ideale bodylijn.

Hoe lang kan de huidige sanke worden? Eén meter?
Sakai – Ik denk dat sommigen dat zullen halen… Ik ben er niet zeker van totdat mij dat zelf is gelukt.

Heeft u het gevoel dat het gaat gebeuren?
Sakai – ja dat heb ik. De groei is totaal verschillend en het sumi is helemaal anders.

Het beni en sumi kunnen het bijhouden?
Sakai – Yep. De komende 20-25 jaar zal het er zeker zijn. Het beni van Kimie(??)sans sanke (26e Tokyo Championships) met de zelfde kwaliteit wordt nog steeds dikker na 20 jaar.

Dus het is zijn geld meer dan waard?
Sakai – Dat zeker. Zolang als hij leeft, is de koi het allemaal waard. Het enige dat nog kan worden toegevoegd om het ideale plaatje te benaderen is de bodyhoogte.

Zou de verbeterde versie daarvan de sanke met magoi bloed zijn?
Sakai – Ja. De body is totaal anders. En de kwaliteit is zichtbaar anders nu.

Inderdaad. Ten eerste is het sumi heel anders.
Sakai – Het sumi en het beni… er is niets vergelijkbaars in Showa, dus als het groter wordt, kan het beni het niet bij houden, waardoor het moeilijker wordt om prijzen te winnen. Dus als het beni weggaat, komt het niet terug.

Als ik naar de meest recente Matsunosuke Sanke kijk, heb ik het gevoeld dat de patronen erg goed worden vergeleken met een tijdje terug. Heeft u iets nieuws geprobeerd met deze?
Sakai – Natuurlijk, ik heb geprobeerd de patronen te verbeteren.

Zaten er eerst niet meer koi met ippon hi bij?
Sakai – Ja, dat was ook het resultaat van wat ik probeerde na te streven… Ik doe dit iedere dag van het jaar, 365 dagen… (lacht)

Het sumi is hetzelfde?
Sakai – Het is hetzelfde proces om goed sumi te maken. Je verandert rood in zwart en denkt dan na om te begrijpen wat er gebeurt.

Als u tategoi selecteert, als de koi klein is, zou u dan koi kiezen met groot sumi?
Sakai – Wel, dat hangt allemaal af van welke lijn het is en wat de kenmerken daarvan zijn.

Wat was het kenmerk van de Matsunosuke sanke?
Sakai – Hmmm… je moet in staat zijn de kwaliteit van het sumi te beoordelen dat al zichtbaar is… net zoals het beoordelen van de kwaliteit van het beni op kohaku… als je dan eenmaal weet wat de kenmerken…. Het sumi zal zich ontwikkelen zolang als de huid blauw is.

Het sumi komt uit de blauwe huid*. Wordt het dan netter?
Sakai – Wel, gedurende het groeiproces zullen de goede altijd proberen het netter te laten worden.

Maar soms zakt het weg.
Sakai – Aangezien het sumi is, kan het veranderen. Zelfs het beni wordt soms niet beter. We hebben ook de broer van deze sanke waar het sumi niet beter wordt.

Er zijn dus verschillen zelfs tussen volle broers en zusters.
Sakai – Ja. Zelfs de beste kohaku kan broers en zussen hebben die van mindere kwaliteit zijn dan andere kwekers…

De oude sanke lijnen die vaak worden vergeleken zijn Sadazo en Torazo. Sadazo sanke heeft de neiging dat het lang duurt voor het sumi goed wordt.
Sakai – Yep.

Aan de andere kant heeft de Torazolijn coherent sumi, dus het sumi dat aan de oppervlakte zit moet groter worden om een geheel te vormen. Dat is hoe we ze zien toch?
Sakai – Dat zou ik niet weten. Ik kan een oordeel vellen als het sumi zelfs maar een beetje naar boven komt. Als de huid daar blauw is, en ik check de huid en het sumi, dan kan ik lezen hoe de blauwe huid zich zal ontwikkelen.

Dus als een plek een goede kwaliteit sumi is, dan kunt u concluderen dat de koi overal een goede kwaliteit sumi heeft?
Sakai – Ja. Het is mogelijk om zowel goed als slecht sumi tegelijkertijd te hebben. De blauwe huid en het sumi dat zichtbaar is zijn eigenlijk hetzelfde. En of het sumi vanuit die blauwe huid naar boven zal komen heeft ook wat te maken met de huid zelf. Het sumi dat dichtbij lijkt maar toch niet goed naar voren komt… De sanke die Nigawa-san eerder bezat… diegene met het genezen litteken en die naar de Tokyo Championships ging…

Ah, de dubbel-gelaagde koi met het lichte patroon.
Sakai – Dat type sumi komt erg moeilijk naar boven. Die huid… Dus het is het beste te beoordelen door te kijken naar het sumi dat al zichtbaar is.

Wordt het sumi beïnvloed door de witte basis?
Sakai – Uiteindelijk is het gerelateerd aan de basishuid. Net als geverfde kleren, kan dezelfde verf er anders uitzien op zijde of katoen… De huid, het beni, en het sumi worden allemaal geërfd, dus als je goede koi gebruikt, zul je goede koi krijgen. Het is zo dat de ‘goede’ koi die iedereen noemt, gebaseerd zijn op criteria van individuën. Dat mag er goed uitzien, maar ik denk dat ze niet per se allemaal goed zijn. Zelfs als we goede koi gebruiken, is het moeilijk om er goede koi uit te krijgen. Dus als je slechte koi gebruikt, is er helemaal geen kans om goede koi te krijgen… (lacht)…

Na de introductie van magoi, hoe dicht zijn we bij de perfectie van nishikigoi?
Sakai – Die komt naderbij. We zullen het gaan zien.

Kunt u mee een getal geven?
Sakai – Als ik ze opkweek, zal ik waarschijnlijk zien wat er mist of wat de zwakke punten van de koi zijn… Ik kan echt niets zeggen tot over een tijdje. Ik begrijp enigszins wat er aan het gebeuren is… dus over 5 of tien jaren, als ik terugkijk, zal ik misschien zeggen: ‘Was dit het?’

Zou u zeggen dat de resultaten van dit moment bevredigend zijn? [/b]
Sakai – Voor mij persoonlijk, ik ben slechts halverwege het proces en we hebben de grens van 1 meter nog niet gehaald… ik denk dus alleen maar dat het dichterbij komt.

Dus het onderwerp van gesprek is goed.
Sakai – Het onderwerp is goed. We moeten koi produceren met een sterk ideaal, of ik nu ippon-hi of meerstaps-patronen opkweek. Als de buitenwacht deze gaat evalueren, dus als wat je doet overeenkomt met de tijdsgeest, zal het worden geaccepteerd door veel mensen. Ik heb de baby’s geselecteerd die geschikt zijn voor het nieuwe millenium, en omdat ik het niet alleen kan, vraag ik hulp aan anderen… Ik ben niet zo goed in het opkweken (lacht). Er komt bij mij niets vandaan (lacht)…

Het resultaat van deze selectie zien we later?
Sakai – Ik kan alleen koi maken zoals we nu hebben in dit korte tijdsbestek.

Is het mogelijk boven de kwaliteit uit te stijgen?
Sakai – Ik denk het niet

Maeda-San in Okayama heeft een Matsunosuke sanke die ik sinds deze lente volg… een vier-staps patroon. Ik hoorde dat in deze sanke magoi bloed zit?
Sakai – Ja. Die was 83 cm, maar is nu 91 cm, volgens Maeda-san.

Ja, ik zag dat hij werd afgevangen van de 1500 ton vijver op 28 oktober en deze had goed body gemaakt.
Sakai – Dat kan ik me voorstellen. De onderliggende potentie komt er in zo’n omgeven echt uit.

Door de groei leek de hiban op de vierde plaat wat licht.
Sakai – Dus de body moet het dikke beni hebben dat we net hebben gefotografeerd… maar die kan 1 meter halen. Toch, voor mij is dat nog steeds een gewone koi, nog niet wat ik zie als ideaal.

De body is goed, maar de kwaliteit is hetzelfde?
Sakai – Inderdaad. De koi die we op de foto hebben gezet is slechts het topje van de ijsberg en we hebben er nog veel koi onder. Koi die hier wegkomt is niet per se goed. Slechts het topje is goed en daaronder is het niet vergelijkbaar met andere kwekers. Slechts de bovenste piek van de piramide is waarachtig goede koi (lacht)…

Alleen de kahsira-mawari?
Sakai – Ik kan alleen daar maar goede uit kiezen. Maar door de hebzucht, zullen sommigen niet slagen.

Kan de Kashira als tosai teleurstellend zijn als sansai?
Sakai – Gewoonlijk wordt de kwaliteit bepaald als tosai. Dan wordt het onderscheid gemaakt tussen de patronen. De werkelijke waarde is afleesbaar als tosai. Hij moet dan van uitstekende kwaliteit zijn om dat te blijven. Kamiya-sans koi (Grand Champion, ZNA All-Japan Show held in Tokushima) is 17 jaren oud. Dit was de eerste koi die werd geselecteerd uit de vijver in Shizuoka. Het beni wordt steeds netter en hij groeit niet snel, maar werd ieder jaar gestaag groter en groter. Daarom kon hij er zo lang van genieten.

Is hij dit jaar gegroeid?
Sakai – Ja. Het is een schatting, dus we hebben niet echt gemeten, maar de breedte is ook toegenomen.

Heeft Kamiya-sans koi magoi bloed?
Sakai – Nee. Toentertijd kon wat magoi bloed had, niet worden verkocht.

Zijn die koi en de ‘Ryugujo’ vergelijkbaar in bloedlijnen?
Sakai – De mannelijke ouderdieren zijn broers. Kamiya-sans koi werd grootgebracht in de mudpound, maar ‘Ryugujo) werd grootgebracht in een betonnen vijver.

Is dat goed?
Sakai – Ja. Toen we de baby’s selecteerden, was de lichaamsbouw goed, dus we gaven ze weg aan anderen en die in de rijstbekkens gingen dood. Kleinere overleefden en dit was er één van. Dus als nissai was deze 25 cm.

Welke is ouder?
Sakai – Kamiya-sans koi is ouder.

Trok deze de aandacht, aangezien hij erg klein was?
Sakai – Kamiya-sans koi had maruten en goede patronen, dus hij was goed zichtbaar.

‘Ryugujo’ ook?
Sakai – Ja.

Denkt u dat het vanaf het begin de kashira was?
Sakai – Niet echt. Ik zou het niet echt ideaal willen noemen. Ik zat aan wat anders te denken. Hij was mooi, maar ik vond hem niet goed. Het was een goede koi, maar in die tijd had ik een rotsvast overtuiging wat ik wilde.

En dat is wat wij schetsten?
Sakai – Ja.

Een stapje verder in de richting was daar de vierstapper van Maeda-san in Okayama?
Sakai – Dat klopt.

Dan is die koi van de derde generatie? De koi van de foto’s is van de vierde generatie?
Sakai – Nou, ik denk dat het dezelfde generatie is hoewel de ouders anders zijn.

We zeggen wel zo snel 20 jaren, maar aangenomen dat het vier jaar duurt om een ouderdier groot te brengen, dan kunnen de huidige koi de ouders worden voor de vijfde generatie.
Sakai – Het is moeilijk omdat het zoveel tijd in beslag neemt. Daarnaast, het vrouwtje dat groot wordt zal geen kuit aanmaken op vier- of vijfjarige leeftijd. De snellere groeiers zullen wellicht eerder kuit aanmaken, maar diegenen die werkelijk groot worden doen dat niet in een vroeg stadium. De koi die niet groeit zal het nooit doen, zelfs als het een magoi is of meer dan 20 jaar oud. Er zijn magoi met een goede body-hoogte die stoppen met groeien als ze 60 cm zijn. De ouders hebben de karakters en die worden doorgegeven. Dus alles in aanmerking genomen, is het niet waar dat iedere willekeurige magoi zal voldoen. Het is moeilijk die ene te vinden die ik als ideaal nastreef.

Heeft u de mannelijke en vrouwelijke magoi aangekocht die zijn gevangen in Lake Suwa?
Sakai – Er waren veel vrouwtjes. Takabayashi-san weet dat, maar dat zijn de beste koi die daar zijn gevangen. Ik heb nog nooit zoiets gezien.

Normaliter, mensen denken eerder aan het ontwikkelen van asagi dan aan magoi.
Sakai – Dan zal het alleen een grote asagi worden.

Dacht u aan kruisen toen u de 1m30 grote magoi zag?
Sakai – Nee, ik had het me al voorgesteld, dus ik wilde zulke aanschaffen. Als ik zo’n koi dan toch gebruik, wil ik de beste gebruiken aangezien ik wist dat het een strijd zou gaan worden. Ik moest een magoi gebruiken die ik nooit eerder had gezien…

Ik heb al eerder verslag gedaan over nishikigoi die met magoi waren gekruist, en ik vond dat de body meer richting magoi ging.
Sakai – De body zal zeker die kant op gaan. Daarom moest ik het ideaal gebouwde exemplaar gebruiken. Vererving is niet zo ingewikkeld. Als je het neemt zoals het is… als je slim bent, dan is dat misschien niet goed (lacht). Je denkt teveel en verliest je geduld.

Onder de 50 kruisingen die u heeft geprobeerd, waren er meer mislukkingen dan successen?
Sakai – Zeker weten.

Kapt u dat dan af bij de eerste selectie?
Sakai – Ik was in het begin niet zo ervaren, dus ik wachtte tot nissai of sansai… toen kreeg ik het gevoel ervoor en was ik in staat de ouders te lezen. Daardoor kon ik de ouders vrij eenvoudig bepalen. Nu krijg ik ongeveer 6 kruisingen en daaruit kies ik de volgende. Ik kijk niet naar de patronen maar naar de basiskwaliteit. Ik kijk ook naar hoe het proces zou kunnen verlopen.

Het is belangrijk te beslissen of u het produceren van vele koi met een aardig patroon nastreeft of enkele van goede kwaliteit met een niet-geweldig brede lichaamsbouw?
Sakai – Wat wij denken dat goed is zijn de koi met een goede kwaliteit en een patroon, of het worden geen producten van ons. Gebaseerd op onze ouderdieren, kunnen we bepalen wat voor nakomelingen we zullen krijgen, dus we zullen zien op wat voor soort patroon we ze krijgen. We komen niet veel verder dan de ouders. Als je hebberig wordt en hoopt dat je dat kunt… Tosai, nisai kunnen worden beïnvloed door de omgeving, dus ze zouden zomaar mooi kunnen worden.

Is het de verbetering van het beni en het sumi een gevolg van de introductie van magoi, of is magoi alleen voor een goede lichaamsbouw?
Sakai – Voor de bouw… Zelfs zonder magoi, kunnen we die kwaliteit halen, afhankelijk van de combinatie.

Met slechts Nishikigoi en zonder magoi?
Sakai – Dat kunnen we. Maar tenzij de body het ondersteunt, zal hij niet groot worden, en de kwaliteit niet vasthouden.

Goede kwaliteit kan alleen worden bereikt door het gebruik van Nishikigoi. Zijn er veel kandidaten voor ouderdier?
Sakai – Nee, er zijn er maar een paar om goede koi te kunnen kweken.

[b]Dus ze moeten een zekere erfenis hebben?

Sakai – Nee, niet per se. En in elke lijn zullen er maar een paar zijn die aan de criteria voldoen. We hebben er niet veel die goed als ouderdieren kunnen dienen.

Zelfs door deze enorme verbetering, als we naar ze kijken, kunnen we zien dat het Matsunosuke sanke zijn?
Sakai – Inderdaad. Net als Matsunosuke, alleen het beni en sumi is iets teruggelopen.

Bedankt voor dit interview Sakai San




Meer afbeeldingen

Reacties

2 reacties tot nog toe

Wauw... kweken is niet zo makkelijk en zeker niet als je het over kwaliteit hebt en het creeren van nieuwe bloedlijnen... Machtig mooi intervieuw!

Ton on 21/07/2009 11:03

Prachtig interview van Brian. De essentie van het koigebeuren. Super kweker trouwens, deze Toshio.

rini on 21/07/2009 11:39