
Is een Japanse koi werkelijk beter?
Is een Japanse koi werkelijk beter dan een koi die elders ter wereld is gekweekt? Een vraag die binnen de koihobby regelmatig terugkomt. En eerlijk gezegd is het antwoord minder eenvoudig dan je op het eerste gezicht zou denken.
Natuurlijk heeft Japan een bijzondere positie binnen onze hobby. Het is het land waar de Nishikigoi zich door vele generaties heen heeft ontwikkeld tot de koi die wij vandaag kennen en bewonderen. Maar toch denk ik dat het geheim van de Japanse koi niet alleen in Japan zelf te vinden is. Het zit vooral in de combinatie van genetica, kennis, ervaring, selectie en een enorme toewijding aan het kweken van koi.
Het begint bij de ouderdieren
Wie ooit bij een Japanse kweker is geweest, merkt al snel hoeveel aandacht er wordt besteed aan de ouderdieren. Een goede oudervis is namelijk niet zomaar een mooie koi. Het is een koi met bepaalde eigenschappen waarvan de kweker gelooft dat ze waardevol zijn om door te geven aan een volgende generatie. Daarbij wordt gekeken naar zaken als body, huidkwaliteit, beni, sumi, patroon en natuurlijk ook naar de manier waarop een koi zich gedurende zijn leven ontwikkelt.
De beste kwekers zijn vaak al tientallen jaren bezig met het verbeteren van hun bloedlijnen. Ze proberen goede eigenschappen te behouden, maar tegelijkertijd iedere nieuwe generatie weer een stap verder te brengen. Dat is geen proces van één jaar en zelfs niet van enkele jaren. Het is een proces van generaties, waarbij kennis en ervaring voortdurend worden doorgegeven en verfijnd. En dan begint misschien wel het meest fascinerende gedeelte.
Duizenden koi en steeds opnieuw selecteren.
Er worden in Japan enorme aantallen jonge koi geboren. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar juist daar begint het echte werk voor de kweker. Uit die enorme aantallen moet worden geselecteerd, eerst een keer, daarna nog een keer en vervolgens opnieuw. Want een jonge koi die vandaag mooi is, hoeft morgen niet automatisch een goede koi te zijn.
Dat is precies waar de kennis en ervaring van een kweker zo belangrijk worden. Hij moet niet alleen beoordelen wat hij op dat moment ziet, maar proberen in te schatten welke koi zich verder zal ontwikkelen en welke koi uiteindelijk zijn potentieel niet zal waarmaken. En dat is veel moeilijker dan het klinkt.
Wat zie je wanneer je naar een tosai kijkt?
Dat is iets wat mij tijdens mijn vele bezoeken aan Japan steeds opnieuw fascineert. Wanneer je tussen honderden tosai staat, is het heel gemakkelijk om vooral naar het patroon te kijken. Een Kohaku met een aantrekkelijk patroon trekt nu eenmaal onmiddellijk de aandacht. Maar een ervaren selecteur kijkt verder dan alleen datgene wat op het eerste moment in het oog springt.
Hoe is de body? Hoe zijn de schouders ontwikkeld? Hoe loopt de ruglijn? Hoe is de kwaliteit van de huid? Hoe diep en zuiver is het beni? Hoe ontwikkelt het sumi zich? Hoe is de verhouding tussen het hoofd en het lichaam? En misschien wel de belangrijkste vraag, wat kan deze koi over enkele jaren worden? Juist die laatste vraag maakt het zo interessant.
Japan heeft mij anders leren kijken naar koi. Tijdens mijn vele reizen naar Japan heb ik gemerkt dat mijn eigen manier van kijken door de jaren heen sterk is veranderd. Vroeger kon een mooi patroon voldoende zijn om mijn aandacht te trekken. Vandaag kijk ik veel verder. Ik probeer niet alleen te zien wat er op dit moment voor mij zwemt, maar vooral wat er nog in die koi verborgen zit.
Dat maakt de selectie van een tosai ook zo spannend. Je koopt immers geen afgewerkt product. Je koopt een mogelijkheid, een belofte en eigenlijk een klein stukje toekomst. Een koi is nooit helemaal af. Misschien is dat wel één van de mooiste aspecten van onze hobby. Een koi blijft zich ontwikkelen. Het beni kan veranderen, het sumi kan zich verder ontwikkelen, de body kan nog enorm veranderen en een patroon dat bij een jonge koi misschien wat eenvoudig lijkt, kan op latere leeftijd plotseling bijzonder sterk worden. Maar het tegenovergestelde kan natuurlijk ook gebeuren.
Een koi die als tosai spectaculair oogt, kan zich later anders ontwikkelen dan verwacht en een deel van zijn aantrekkingskracht verliezen. Niemand kan immers met zekerheid voorspellen hoe een koi zich gedurende de komende jaren zal ontwikkelen. Daarom blijft koi selecteren altijd een combinatie van kennis, ervaring en een beetje durf.
De kunst om de toekomst te zien
Misschien is dat uiteindelijk wel één van de grootste verschillen tussen een ervaren kweker en iemand die alleen naar het uiterlijk van een koi kijkt. Een goede kweker moet niet alleen kunnen zien welke koi vandaag mooi is. Hij moet proberen te voorspellen welke koi zich over drie, vier of vijf jaar nog steeds op een bijzondere manier zal presenteren.
Dat is een enorme uitdaging, want niemand kan de toekomst volledig voorspellen. Ook de beste kweker niet. Maar door tientallen jaren ervaring leer je bepaalde signalen herkennen. Je leert kijken naar de huid, de body, de bouw, het patroon en de manier waarop een jonge koi zich op dat moment presenteert. Je leert vooral om verder te kijken dan wat vandaag zichtbaar is en probeert te ontdekken welke potentie er nog verborgen zit.
Eigenlijk kijk je dus niet alleen naar de koi die voor je zwemt, maar ook naar de koi die hij misschien over enkele jaren kan worden. En juist daarin zit volgens mij een groot deel van de kunst van het kweken.
Wat maakt Japan dan zo bijzonder?
Voor mij is het vooral de combinatie van al deze factoren. De kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven, de bloedlijnen waaraan soms al tientallen jaren wordt gewerkt, de enorme aantallen koi die ieder jaar worden geboren en de strenge selectie die daaruit voortvloeit, vormen samen met de mudponds, het klimaat en vooral de enorme ervaring van de kwekers een geheel dat je eigenlijk nergens anders op dezelfde manier terugvindt.
Wanneer je bij een kweker als Momotaro, Sakai FF, Dainichi, Omosako of Tamaura rondloopt, merk je bovendien dat iedere kweker zijn eigen visie heeft. Iedere kweker heeft zijn eigen specialiteiten, zijn eigen bloedlijnen en zijn eigen manier van kijken naar ontwikkeling en kwaliteit.
De ene kweker kan bijvoorbeeld uitblinken in een bepaalde variëteit, terwijl een andere kweker juist een enorme reputatie heeft opgebouwd met bepaalde bloedlijnen of een specifieke manier van ontwikkelen. En juist die verschillen maken een bezoek aan Japan voor mij iedere keer opnieuw zo interessant. Je leert er niet alleen naar koi kijken, maar ook naar de visie achter de koi.
Is iedere Japanse koi dan beter?
Nee, absoluut niet. Dat is misschien wel de belangrijkste nuance in dit hele verhaal. Het feit dat een koi uit Japan komt, betekent niet automatisch dat het een topkoi is. Ook in Japan worden koi geproduceerd in verschillende kwaliteitsniveaus. Er zijn uitzonderlijke koi die bestemd zijn voor de showwereld, maar er zijn natuurlijk ook prachtige koi die vooral bedoeld zijn voor de liefhebber die gewoon een mooie vis in zijn vijver wil hebben. Het verschil zit dus niet alleen in het land van herkomst.
Het gaat om de kweker, de ouderdieren, de bloedlijnen, de selectie, de omstandigheden waarin de koi wordt ontwikkeld en uiteindelijk natuurlijk om de individuele koi zelf. Een goede koi blijft een goede koi, ongeacht waar hij geboren is.
Maar Japan heeft door vele generaties heen wel iets opgebouwd wat moeilijk te evenaren is. Er is daar een enorme hoeveelheid kennis ontstaan over genetica, ontwikkeling, selectie en het herkennen van potentie. Die kennis wordt voortdurend verder ontwikkeld en doorgegeven. Daarom blijft Japan mij fascineren. Na zoveel bezoeken aan Japan zou je misschien verwachten dat het allemaal steeds vertrouwder wordt en dat de verwondering op een bepaald moment wel verdwijnt. Bij mij gebeurt echter precies het tegenovergestelde.
Iedere keer wanneer ik opnieuw tussen de koi sta, ontdek ik weer iets nieuws. Soms is het een bepaalde huidkwaliteit die onmiddellijk je aandacht trekt, soms een bijzondere body of een tosai waarvan je vanaf het eerste moment het gevoel hebt dat er iets bijzonders in zit. Maar het kan ook gebeuren dat je in eerste instantie bijna aan een koi voorbijloopt. Tot je nog een keer kijkt.
En dan zie je plotseling iets wat je bij de eerste blik niet had opgemerkt. Een bepaalde uitstraling, een bijzondere bouw, een kwaliteit in de huid of simpelweg die moeilijk te omschrijven potentie waarvan je denkt dat er misschien veel meer in deze koi zit dan je aanvankelijk vermoedde. Dat blijft mij fascineren.
Want uiteindelijk kijk je bij koi niet alleen naar wat er vandaag voor je zwemt. Je probeert te ontdekken wat er morgen, volgend jaar of misschien over vijf jaar van die koi kan worden. En misschien is dat wel de ware magie van de Japanse koi. Niet dat iedere Japanse koi beter is.
Maar dat er in Japan een uitzonderlijke kunst is ontstaan om tussen duizenden jonge koi juist die ene bijzondere koi te herkennen waarvan je het gevoel krijgt dat daar iets speciaals in verborgen zit. En na al die jaren blijft juist dát voor mij één van de mooiste uitdagingen binnen onze hobby. Want iedere keer opnieuw begint het met dezelfde vraag: Wat zie ik vandaag, en vooral, wat zou deze koi morgen kunnen worden?
















