Ode aan Keiko

Ode aan Keiko

Het is me gelukt. Ik heb Rini kunnen overhalen om toch nog eens een artikel te schrijven.

Hij had de boodschap begrepen toen ik via een nieuwsitem terloops te kennen gaf dat hij eens een artikel over de spikkel moest schrijven. Hier is ie dan in zijn onverbloemde, maar ook onverbetelijke schrijfstijl. Misschien als er genoeg positieve reacties komen, dat hij zich nog eens laat verleiden...

Het is wat vreemd gesteld in de wereld van de koi. Een curieuze wereld. Ik doe een claim op uw gemoedstoestand. Of misschien ook niet. Er wordt zelden over nagedacht of over gesproken, maar waarschijnlijk behoort onze hobby tot een van de meest discriminerende liefhebberijen die er zijn.

Om maar meteen te chargeren: in welke hobby worden onze lievelingsdieren vanaf het prille begin maar tot veevoer verwerkt omdat ze er niet mooi genoeg uitzien? Wie offert er vissen op omdat ze in de ogen van de producent niet perfect zijn. Of niet de perfectie nastreven?

Dat klinkt hard en dat is het misschien ook wel, maar het is toch niet anders. Bij het “cullen” wordt uiteindelijk 98% van het broed tot “the basket of death” gedegradeerd. Er zijn mankementen aan dat broed. Die visjes bezitten niet de noodzakelijke eigenschappen om mooi te worden. Althans, dat vindt de kweker in kwestie.

Hij hanteert bij zijn beoordeling bepaalde criteria en bepaalt of een vis mooi is, over bepaalde kwaliteiten beschikt en – niet vergeten – of die vis in de toekomst geld oplevert. Dat gegeven stelt ons de vraag: wat is mooi? En wie bepaalt de criteria van wat uiteindelijk mooi is?

Laten we een stap verder gaan. Zoals bij elke waardebepaling heeft ooit een commissie van wijze personen de protocollen en regels opgesteld die ten langen leste de criteria hebben opgeleverd waaraan een perfecte koi in een bepaalde categorie moet voldoen. Voor de vuist weg: de vis mag geen rode oogjes hebben, kohaku moet een bepaald aantal millimeters “odome” bezitten en er mag onder geen beding rood in zijn vinnen voorkomen. Een sanke mag geen zwart op de kop bezitten en de kop van een showa moet zowel van rood, als zwart als wit voorzien zijn. Ga zo maar door.

En als die koi daar niet aan voldoet, is ie niet koishow-waardig, daalt zijn waarde gevoelig en hebben we te maken met een koi die niet in het topsegment behoort voor te komen. Let wel: ik heb het niet over kwaliteitsaspecten zoals de dikte van het rood, de bouw, eventuele “fukurin”, de groeicapaciteiten enzovoort, want dat zijn aspecten die er wel toe doen. Ik heb het over de punten en komma’s bij zo’n vis. Dat rode oogje, die ene schub die afwijkt, dat plekje op die vin. Ik heb het dus primair over de showcriteria waaraan koi moeten voldoen om in de prijzen te vallen.

Ach, zegt u, dat is inderdaad niet interessant. Jawel, zeg ik, dat is wel van belang. Want iedereen die een koi zoekt, neemt in zijn achterhoofd – bewust of onbewust – die criteria mee in zijn beoordeling. En daar gaan we de mist in. Niet alleen komen we dan in een totaal andere prijscategorie terecht – alleen vanwege het ontbreken van dat rode oogje, die vlek in de vin etc. – maar er is meer.

Zoals gezegd: die ons opgelegde beautiful contest criteria bepalen of een koi mooi of niet mooi is. Maar is dat terecht? En moeten we ons daar veel van aan trekken? Ik denk het niet. Een commissie bepaalt dat niet. Ook een kweker niet en zeker een jury niet. Dat bepalen we namelijk zelf.

Wij als koper bepalen zelf of we een koi mooi vinden en of we er de gevraagde som geld voor uit willen geven. En waar gaat het dan om? Uiteraard ga ik u dat vertellen. Het gaat om de uitstraling. Een koi die aandacht trekt. Een koi die opvalt in zijn omgeving. Een koi die misschien wars is van allerlei showregels, maar die door zijn specifieke kwaliteiten toch het water in de mond doet opwellen. Een koi die wellicht never nooit niet een prijs zal halen op een show, maar die toch een blikvanger in elke vijver is. Een koi ook met veel karakter. Iets waaraan we vaak makkelijk aan voorbij gaan.

Ik ken vele koihouders. Op allerlei levels. Ik ken er met state-of-the-art-vijvers, met verschrikkelijk mooie en ontzettend dure koi. En dan zie ik in zo’n collectie, waarvan elk exemplaar zo naar elke willekeurige show kan en een prijs pakt, een vis zwemmen waarvan ik me af zou vragen – als ik niet beter wist – waarom die eigenaar zo’n koi houdt. En dan is het antwoord altijd: ”het is zo’n bijzondere koi, minder mooi dan de rest wellicht, maar zoveel uitstraling, het is mijn lievelingsdier, die doe ik nooit weg”.

Daar gaat het dus om: uitstraling. Blikvanger. Duikboot. Slagschip. Spotlight. Middelpunt van aandacht. En wees dan eerlijk: maken dat rode oogje, die rode vlek in de borstvin of die ongeordende zwarte stippen dan iets uit? Leggen we soms niet te veel gewicht op de details? Een goede ruitenwisser bepaalt ook niet de kwaliteit van de auto.

En nu kom ik op Keiko. Ofwel de Spikkel. Die Momotaro sanke uit de befaamde Momoko bloedlijn met zijn vele zwarte stippen. Waarover wat meewarig wordt gedaan. Kwalitatief is die vis in orde. Dik rood, behalve een plekje aan zijn staarteind. Prima aflijning. Naar menige smaak echter veel te veel zwarte plekken en plekjes inderdaad – wel inktzwart - in een niet synchrone volgorde. Eerder in een wirwar. Maar wat heeft die vis een uitstraling. Wat een machtige body en hij – sorry zij – is met haar 78 cm. (en ze moet nog vier jaar worden) nog maar amper op scheut.

Luc vroeg me of ik die sanke wel in mijn vijver zou willen hebben. Absoluut. Ik zeg het niet gauw, maar deze sanke zou een vrouwelijke opvolger van Domino kunnen zijn. Kijk maar door de vlekken heen. Ik zie in die vis bepaalde kwaliteiten. Vergelijkbare groeicapaciteiten. Machtige vinnenpartij. Die body die bij wijze van spreken ooit gaat ontploffen tot iets majestueus. Ik zie geen showvis, maar ik zie wel een potentiële Jumbo Champion categorie A. Ik zie een vis van een kaliber die het water in mijn vijver doet stijgen. Daarom zou ik die vis wel in mijn vijver willen hebben.

Ik zou hem laten groeien. Ik zou hem breder laten worden en die vlekjes tot slechts enkele laten samensmelten. Ik zou hem opkweken tot reuzin. En om dat kaliber te bereiken hoef ik niet veel te doen. Die koi doet dat zelf wel. En wat hebben we dan, stel dat zo’n vis in uw vijver zou zwemmen en u visite krijgt? Oh’s en ah’s die de lucht in uw tuin vullen van volle bewondering en die u – allerminst timide – tot de uitspraak verleidt: “ja, ja, en ik heb haar zelf opgekweekt!”

Hier een filmpje: Keiko, of de spikkel

Rini Groothuis

Laat Een Reactie Achter

Nog geen reactie

Openingsuren

Zaterdag: Van 11.00 tot 16.00 uur
Zondag: op afspraak

Overige dagen
: op afspraak.
GSM: +32 (0)478 36 74 74

Koi v/d week

DU20062

nidan kohaku DU20062