Senbetsu bij Momotaro Koi Farm.

Senbetsu bij Momotaro Koi Farm.In dit nieuwsitem ga ik het hebben over een zeer belangrijk onderdeel bij het kweken van Koi, namelijk het selectieproces. Het selecteren, senbetsu genaamd in het Japans, bepaald voor een groot deel hoe het eindresultaat van een kweek eruit gaat zien.

Momotaro heeft een grote naam en daarbij ook een hoge standaard. De farm gooit veel visjes die bij een doorsnee kwekerij wel gehouden worden al bij de eerste selectie eruit. Het personeel dat al een langere tijd op de farm werkt houdt zich hier normaal mee bezig, en ik ben dan ook zeer blij dat ik hier ook aan deel heb mogen nemen.

Op de kwekerij zijn er elke dag weer heel veel klusjes te doen. Dit maakte het moeilijk om voor mij om tijd te krijgen voor senbetsu. Ook zijn Daisuke, de sacho (Maeda-san), Adam en nog een parttime medewerker die zich in de zomermaanden bezig houden met senbetsu hier doorgaans al een groot deel van de dag aan kwijt.

Er worden dan ook zoveel vissen gemaakt dat er bijna elke dag van 9 tot 5 geselecteerd wordt. Snelheid is een begrip dat sowieso al centraal staat bij Momotaro en het is dan ook belangrijk dat je zo snel mogelijk werkt.

Gelukkig heb ik door de jaren heen toch wel behoorlijk wat uurtjes kunnen maken, vooral bij de eerste selectie van Showa. De rede hiervoor is dat Momotaro veel meer Showa produceert dan Sanke en Kohaku, aangezien dit met name na het winnen van de All Japan hun belangrijkste variëteit is geworden.

Van het gehele Go-Sanke tio is de selectie van Showa het moeilijkst. De kleine visjes kunnen nog sterk veranderen omdat het zwart nog alle kanten op kan gaan. Het sumi bedekt vaak een deel van het patroon en daar moet je goed op letten, want dit kan nog wegtrekken.

Bij de eerste selectie zijn de vissen ongeveer 4 à 5 centimeter. Het belangrijkste in deze fase is het patroon, daarna de huidkwaliteit en als laatste de bouw. Momotaro selecteert over het algemeen altijd streng op patroon. Slechts in enkele gevallen wordt een vis met een groot patroon doorgelaten, kijk maar naar Red Tiger. Als het patroon te groot is of niet interessant genoeg komt de vis al niet door de eerste selectie heen. De kop mag verder niet te rood zijn: er moeten indicaties van wit op de wangen/kieuwdeksels zijn.

Huidkwaliteit heb ik op nummer twee gezet, want dit hangt van enkele factoren af. In een kweek heb je verschillende typen visjes. Er zijn maar een paar visjes met een mooi patroon en een heldere huid die dan ook de ‘’toppers’’ op dat moment zijn. Ook zijn er visjes die nog zeer donker zijn waarbij het rood nog vrij grauw is.

Deze kunnen echter wel later nog beter worden. De kans is kleiner dan bij de toppers maar is wel aanwezig. Daarom worden deze vissen gehouden. Dit gaat niet op in alle gevallen en is ook afhankelijk van de algemene kwaliteit van de kweek. Is het percentage vissen met een mooi patroon en heldere huid hoog dan worden ze niet gehouden.

Dit kan ook afhankelijk zijn van de conditie van de mudpond. Als de kwaliteit van het water erg goed is en het water niet te groen is geweest, zijn de Showa’s al beter ontwikkeld waardoor makkelijker de goede van de slechte vissen zijn te onderscheiden.

In zo’n geval worden de visjes die normaal een twijfelgeval zouden zijn dan ook niet gehouden en ligt de lat hoger. De lichaamsbouw heb ik op nummer drie gezet omdat hier vrij weinig verschil is tussen alle vissen. Het enige waar je wel goed op moet letten is misvormingen en missende ogen/vinnen. Kleinere visjes dan het gemiddelde die wel goed zijn kunnen ook door, want dit kan later nog bijtrekken.

De selectie van Sanke en Kohaku is iets makkelijker, vooral die van Kohaku. Bij Sanke heb je ook nog steeds de factor van het sumi, waar je soms doorheen moet kijken. Het sumi mag vooral niet te veel zijn en af en toe heb je een visje waar het al behoorlijk is teruggetrokken.

Kohaku is door zijn hele leven heen het aller makkelijkste te begrijpen van de drie. Er is geen zwart en het draait bij de 1e selectie dus puur en alleen om het patroon en huidkwaliteit.

Benigoi of Aka-muji worden over het algemeen allemaal weggegooid, behalve de Gin-Rin gevallen in de laatste twee jaar. Bij de Showa kweek kom je ook nog af en toe een Shiro-Utsuri tegen of een Hi-Utsuri, maar er zitten maar zeer weinig goede exemplaren tussen.

Wat mij opviel is dat ze het nog belangrijker vinden dat ik niet te veel vissen zou houden in plaats van weggooien. Een slechte vis in de mudpond kost alleen maar ruimte en voer maar levert niets op.

Volgens Maeda-San is het makkelijk om vissen te houden, maar het gaat erom of je vissen kunt weg doen. Veel vissen die hij weggooit zijn goed, maar niet goed genoeg. De meesten kwekers houden deze iets mindere vissen, maar hier worden ze zelfs niet eens verkocht.

Tijdens mijn verblijf op de farm heb ik ook nog een 2e selectie mee mogen maken. Zelf mocht ik hier natuurlijk niet aan deelnemen, dit wordt alleen gedaan door Daisuke, Adem en de sacho gedaan.

Het was erg mooi om te zien en ook hier wordt weer streng geselecteerd. Ze zijn een stukje groter en de afvallers zijn vooral te zwart, hebben het rood verloren, hebben een te slechte body of vallen tegen qua huidkwaliteit.

Bij de foto’s staan een paar toppers van deze selectie. Ook is er een afbeelding bij waar een netje vol met Showa’s te zien zijn voordat ze geselecteerd zijn, en een mooie Tancho Sanke die ik bij de eerste selectie ben tegengekomen.

Toon Versteegen

Meer afbeeldingen

Reacties