Flavobacterium Columnaris.

Flavobacterium Columnaris.Een duistere naam, een onbekende begrip voor de meesten in de koiwereld, maar helaas is het een onderdeel van de koihobby.

Er werd al ooit een artikel over geschreven, maar misschien is het toch verstandig om het nu eens te herhalen voor de nieuwelingen, want het is verstandig, objectief en vooral begrijpbaar omschreven door de toenmalige goeroe van de karpers, Rini Groothuis.

Afgelopen jaar is menig vijver en koi getroffen door een acute uitbraakvorm van de gevreesde, aërobe Flavo-bacterie (Flavobacterium Columnaris). Tot wanhoop van de koihobbyist die binnen dagen de ene na de andere vis het loodje zag leggen. Tot wanhoop ook van de koi-doktoren. Een remedie bleek nauwelijks aanwezig. De catastrofe vond vooral plaats tijdens een extreme hitteperiode.

Beschuldigende vingers wezen meteen naar de hoge watertemperaturen en het daarmee gepaard gaande, verminderde zuurstofgehalte. Anderen betrokken de lange winter en het koude, kwakkelende voorjaar in het aanlooptraject. Het gekke was, dat de sterfte razendsnel plaatsvond en dat er geen enkele verwonding aan de buitenkant van de getroffen vissen te zien was.

De gestorven koi bleken meestal gaaf en ongeschonden. Ten minste, op het eerste oog. Nadat de kieuwdeksels werden opgelicht, werd het euvel in al zijn omvang zichtbaar en duidelijk. Kieuwbogen met een fijn, wit beslag, als dat van poedersuiker, variërend tot compleet gebleekte kieuwen en in een aantal situaties zelfs groen uitgeslagen, weggevreten kieuwlamellen. Vissen die geen zuurstof meer in hun bloed konden opnemen en gestikt waren.

Maarten Lammens beschrijft in zijn boek “De Koi Dokter” de Flavo-bacterie in zijn acute vorm (er is ook een chronische vorm) als een hoog virulente (kwaadaardige) stam, waarbij enkel de kieuwen worden aangetast (bacterial gill disease). En de uitbraken komen vooral voor na een warme periode met watertemperaturen boven de 20 graden.

De ziekte begint met enkele vissen die niet meer willen eten, zich lusteloos gedragen en ten slotte na enkele dagen sterven. Maarten is niet erg optimistisch ten aanzien van een mogelijke genezing na het vaststellen van de diagnose. Vaccins, zo schrijft hij, zijn er niet, en alleen in het beginstadium is er een beperkte kans op genezing.

Wanneer genezing niet mogelijk is, wat rest ons dan om te voorkomen dat onze koi onverhoopt door een dergelijke uitbraak getroffen worden? Chloormiddelen? Het enige tot dusverre is preventie. Maar hoe zit dat in elkaar?

Maarten geeft ook aan dat onderzoeken hebben aangetoond dat het risico op uitbraak van de Flavo-bacterie hoger is in vijvers met hard water, veel organisch materiaal en wisselende, verhoogde ammoniak- en nitrietwaarden. Deze factoren werken stress in de hand en doen het immuunsysteem van de koi verzwakken. Gecombineerd met een hoge watertemperatuur (hoger dan 20 graden), doet deze dodelijke cocktail van factoren de kans op een dergelijke uitbraak toenemen.

Maar in mijn beleving is er nog een factor die er wezenlijk toe doet bij het risico op bacterie-uitbraken.

Dat is de vernietiging van de microbiële gemeenschap in het vijverwater. Koi-hobbyisten willen kraakhelder water. Water dat stelselmatig ontdaan wordt van al het microbiologische leven dat in feite de kwaliteit van water bepaalt. Zoö- en fytoplankton komen er nauwelijks meer in voor. Een toevallig voorkomend muggenlarfje leidt al tot paniek bij de koihobbyist.

Help, wat is dat voor een eng beestje! Een druppel onder de microscoop laat een vloeibare Sahara zien. Geen, of nagenoeg geen leven in die druppel te bekennen, laat staan een stabiele en gezonde microbiële gemeenschap, zo noodzakelijk voor de onderdrukking van de organische belasting van het water en het bewerkstelligen van kwalitatief gezond water. Het immuunsysteem van de koi wordt op de proef gesteld en als er dan wat gebeurt, is het meteen goed raak ook.

Ondersteund door een onderzoek via de Universiteit van Gent bleek zulk kraakhelder water een waar paradijs voor pathogene bacteriën. Deze worden door niets geblokkeerd of beperkt: Ze hebben vrij spel. Eenmaal de cocktail van factoren samenvloeit kunnen de bacteriën zich naar hartenlust delen en vermenigvuldigen. en is een acute uitbraak een kwestie van tijd.

De gezonde microbiële gemeenschap als concurrent is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een hoog kiemgetal als indicator voor een hoge belasting van het water met ziektekiemen. Letterlijke tekst van het onderzoek: ”Door de helderheid van het water en gebrek aan microbiële concurrentie hebben pathogene bacteriën vrij spel, wordt de hoeveelheid veel te hoog en ontstaat er vooral in warmer water in hoog tempo infectiegevaar voor de vissen.”

De oplossing van het Flavo-probleem (maar ook de snelle aangroei van de pathogene Aeromonas en Pseudomonas bacteriën die zweren en vinrot veroorzaken) ligt hem dus niet zozeer in behandeling, maar in preventie. En dat kan alleen door een gezonde microbiële gemeenschap in uw vijverwater te stimuleren.

Behandeling met giffen? Ontgroening van het water? Algenbestrijders? Chloormiddelen (we kunnen kennelijk niet meer zonder)? Andere middeltjes nog om het water kraakhelder te maken en te verkrachten?

Bij vaststelling van deze aandoening wordt er tegenwoordig vooral gebruik gemaakt van Halamid of Chloramine-T, Acriflavine en Kopersulfaat 44

Filmpje van de Flavobacterium Columnaris

Reacties